Bij Multiple Sclerose (MS) kunnen klachten vrij plotseling ontstaan. Ook kunnen klachten plotseling snel verergeren. Een dergelijke ‘aanval’ wordt een ‘schub’ genoemd. Afhankelijk van de ernst ervan kan de neuroloog een speciale behandeling met medicijnen adviseren.
Wat behandeling wel en niet kan bereiken
Doel van de behandeling is de ontstekingverschijnselen zo snel en zo goed mogelijk te onderdrukken. Daarmee kan de schub worden verkort.
Gebruikte medicijnen bij de behandeling van MS
Bij de behandeling van MS wordt gebruik gemaakt van ziektevertragende en klachtenbestrijdende medicijnen.
Ziektevertragend:
Klachtenbestrijdend:
- Methylprednisolon
- Methylprednisolon
- Imunoglobuline
- Plasmaferese
- Mitoxantrone
Verder wordt er medicatie gebruikt voor het bestrijden van specifieke klachten.
Behandeling van MS met interferon
Interferon is een stof die het lichaam zelf aanmaakt als afweer tegen virussen. Het medicijn interferon-bèta is een specifiek soort interferon. Diverse wetenschappelijke onderzoeken geven aanwijzingen dat dit middel het aantal en de ernst van schubs vermindert. Verder ontstaan er minder nieuwe aangetaste plekken in hersenen en ruggenmerg. Een alternatief voor interferon is copaxone. Dit is een kunstmatig eiwit dat net als interferon de kans op een terugval kan verminderen.
Zelf toedienen van interferon of copaxone
Als u volgens de neuroloog in aanmerking komt voor een behandeling met interferon-bèta of copaxone kunt u deze medicijnen zelf via een injectie toedienen. De neuroloog of MS-verpleegkundige geven u alle benodigde informatie. Ook krijgt u thuis verschillende keren instructie in het injecteren in de spieren of onderhuids.
Mogelijke bijwerkingen
Vooral tijdens de eerste weken kunt u een paar uur na de injectie last krijgen van griepachtige verschijnselen of koorts. Een dag na de injectie kunt u last hebben van spierpijn en algehele vermoeidheid. Geadviseerd wordt om de eerste tijd een medicijn tegen deze verschijnselen te gebruiken. Een ander probleem kan zijn dat de huid op de plaats van de injectie rood of pijnlijk wordt.
Na het starten met de injecties wordt u in ieder geval regelmatig bij de neuroloog verwacht voor controle. Als u last hebt van bijverschijnselen, neem dan contact op met de MS-verpleegkundige. Zij zal samen met u zoeken naar een passende manier om met deze bijwerkingen om te gaan.