Postpunctionele klachten zijn klachten die ontstaan na een lumbaalpunctie (ruggenprik). Na het prikken zit er een klein gaatje in het vlies dat het ruggenmerg omgeeft. Daardoor lekt vloeistof weg, en dat zorgt voor een zogenoemd ‘onderdruksysteem’. Dat kan hoofdpijn en nekpijn veroorzaken. Met enkele dagen rust en veel koffie drinken gaan deze klachten meestal vanzelf over. Zo nodig kan er een 'bloodpatch' worden gegeven. Daarbij wordt eigen bloed in het prikgaatje gebracht, waardoor het lekken meestal ophoudt.
Als u na een dagopname voor medicijnbehandeling klachten hebt, of u heeft pijn of last van de infuusnaald, neem dan telefonisch contact op met de afdeling waar u bent behandeld. In overleg met de verpleegkundige wordt dan bepaald of het nodig is dat u terugkomt naar het ziekenhuis.
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen dat zwangerschap MS niet verergert. Er zijn zelfs aanwijzingen dat het aantal aanvallen tijdens een zwangerschap afneemt. Medisch gezien is een zwangerschap dus niet bezwaarlijk, behalve misschien bij de ernstigste vormen van MS. Iemands toestand tijdens de zwangerschap wordt meer bepaald door de zwangerschap zélf dan door MS. Of iemand thuis bevalt of in het ziekenhuis (klinisch of poliklinisch), moet in overleg met de verloskundige worden bepaald.
Na de bevalling kunnen de typische MS-verschijnselen wel weer toenemen. Maar die kunnen dan ook (deels) het gevolg zijn van een gebrek aan rust of van de vermoeidheid die de komst van een baby nu eenmaal met zich meebrengt. De ontwikkeling van de ziekte na een zwangerschap is net zo onvoorspelbaar als wanneer iemand niet zwanger is geweest.
Na een echte griep (influenza) is de kans erg groot dat het ziektebeeld van MS tijdelijk verergert. Dit effect verdwijnt meestal weer als de griep over is. Een ‘griepprik’ is voor MS-patiënten niet zo zinvol, behalve wanneer iemand erg verzorgingsafhankelijk is.
Normaal sociaal gebruik is verantwoord. Besef wel dat alcohol het coördinatievermogen vermindert. Dit effect kan versterkt worden door medicijnen, vooral sommige spierverslappers. Let in de bijsluiter op waarschuwingen zoals: 'kan de rijvaardigheid beïnvloeden'.
Uiteraard mag en kan een MS-patiënt op vakantie gaan. Wel kan het nodig zijn de bestemming aan te passen aan de ernst van de ziekteverschijnselen. De meeste MS-patiënten kunnen een vakantie in een warm land uitstekend verdragen en is er geen specifieke reden om naar een koud land te gaan.
Als er genoeg mogelijkheden zijn tot verkoeling, kan iemand met MS zelfs prima een tropische bestemming bezoeken. Soms zijn wel vaccinaties nodig. In dat geval moet u een afweging maken tussen de nadelen van een vaccinatie en het risico op een ernstige (tropen)ziekte. Bespreek zo'n reis dus vooraf met uw neuroloog of MS-verpleegkundige. Samen kunt u dan bekijken welke maatregelen nodig zijn.
Gaat u met vliegvakantie, informeert u dan vooraf welke hulpmiddelen u mee kunt nemen aan boord en/of aanwezig zijn op de luchthaven.
Als u interferoninjecties gebruikt, kunt u die meenemen op vakantie. Gebruik wel de daarvoor bestemde koelboxen. Juist in een andere omgeving is het bovendien erg belangrijk dat u voor en na de injecties uw huid goed desinfecteert. Laat voor uw vertrek een medicijnpaspoort invullen en ondertekenen door uw neuroloog of apotheker.
Elke automobilist, met of zonder MS, moet lichamelijk en geestelijk in staat zijn om adequaat een auto te bedienen en te besturen. Dit om te voorkomen dat de bestuurder zichzelf en medeweggebruikers in gevaar brengt. Bespreek met de neuroloog en revalidatiearts of in uw geval maatregelen nodig zijn.
Voor meer informatie kunt u terecht bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR).
Er is geen wetenschappelijke aanwijzing dat normale tot flinke lichamelijke belasting slecht zou zijn voor MS-patiënten. Sporten of wandelen is, als het mogelijk is, juist aan te raden. Bespreek met uw neuroloog, MS-verpleegkundige of revalidatiearts welke sport voor u geschikt is.
In principe moet een MS-patiënt zoveel mogelijk maatschappelijk actief blijven. Werken hoort daarbij. Tegelijkertijd moet de patiënt voldoende rust nemen en overbelasting of uitputting voorkomen. Van werkgever en verzekeringsgeneeskundige mag u verwachten dat ze u en de symptomen van MS serieus nemen. En dat ze begrip hebben voor het feit dat u minder belast kunt worden. Al in het beginstadium van de ziekte kan moeheid het een patiënt lastig maken om lange perioden te werken. Zelfs als het werk fysiek licht is. Bespreek uw situatie dus in een vroeg stadium met uw werkgever, de arbo-arts en de behandelend arts.