Borstkankerbehandeling

Onderzoek

Via uw huisarts komt u eerst voor onderzoek op de mammapolikliniek bij de chirurg terecht. Deze is gespecialiseerd in de behandeling van borstkanker. De chirurg laat dezelfde dag nog een röntgenfoto (mammografie) maken op de afdeling radiologie. Indien nodig krijgt u ook een echo-onderzoek van de borst, waarbij eventueel een punctie plaatsvindt. Hierbij wordt door middel van een prik in de borst wat weefsel afgenomen voor onderzoek.

 

Dezelfde dag voorlopige uitslag

Op basis van dit eerste onderzoek krijgt u diezelfde dag al van de chirurg de voorlopige uitslag van de mammografie te horen.

 

Behandelplan

Een paar dagen later komt u opnieuw naar de mammapolikliniek toe. De definitieve uitslagen van het onderzoek zijn dan bekend. Uw uitslagen zijn meestal al besproken met het hele mammateam. Dit team bestaat uit:
 

  • de mammachirurgen;
  • nurse practitioners mammacare;
  • mammacareverpleegkundigen;
  • andere medisch specialisten.

 

Het mammateam adviseert gezamenlijk welke behandeling voor u het beste is, als gebleken is dat u borstkanker hebt.

 

Behandeling

Hoe de behandeling van borstkanker precies verloopt, is per patiënt verschillend en wordt met u persoonlijk doorgesproken.

 

Operatie

Vrijwel altijd vindt er een operatie plaats. Soms wordt een deel van de borst verwijderd (borstsparende operatie). In andere gevallen is het nodig om de hele borst weg te halen (ablatio of amputatie). Als naderhand geen bestraling nodig is, kan als u dat wenst in principe direct een borstreconstructie plaatsvinden. De chirurg bespreekt met u de verschillende mogelijkheden.

 

Voorbehandeling chemotherapie

Soms vindt vóór de operatie een chemotherapie behandeling plaats. Meestal wordt dan een radioactief jodiumzaadje in de knobbel in de borst geplaatst. Zo slinkt of verdwijnt de knobbel door de chemotherapie en is niet meer zichtbaar op de foto. Daarna kan de chirurg het oorspronkelijk aangedane gebied nauwkeurig verwijderen.

 

Aanvullende behandelingen

Zowel voor als na de operatie kan het nodig zijn om aanvullende behandelingen te geven. Deze kunnen bestaan uit:

  • chemotherapie;
  • hormonale therapie;
  • immuuntherapie;
  • radiotherapie.

Chemotherapie

Chemotherapie is de behandeling van kanker met celdodende of celdelingremmende medicijnen: cytostatica. De oncoloog beoordeelt of en welke cytostatica zinvol zijn. Dit is afhankelijk van verschillende factoren, zoals tumorkenmerken en leeftijd.

Hormonale therapie

Hormonale therapie beperkt de productie van eigen hormonen of vermindert hun invloed. Daardoor kan de groei van de tumor afnemen.

Immuuntherapie

Immuuntherapie is een behandeling waarbij via het afweersysteem tumorcellen worden geremd of gedood. Immuuntherapie richt zich tegen bepaalde eigenschappen van kankercellen. De toediening vindt plaats via de aderen (per injectie) of via de mond (oraal). Deze gerichte behandeling heeft minder bijwerkingen als chemotherapie, een behandeling die zicht richt op alle cellen.

Radiotherapie

Kankercellen zijn gevoelig voor radiotherapie ofwel bestraling. De kankercel verliest door bestraling het vermogen om te delen en gaat dood. Voor radiotherapie wordt u verwezen naar het Dr. Bernard Verbeeten Instituut.


Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Ziektebeelden