Een Inwendige Cardioverter Defibrillator (ICD) kan bij levensbedreigende hartritmestoornissen zelfstandig de ritmestoornis opheffen. De ICD ziet er uit als een grote pacemaker en bestaat uit een behuizing met batterij en software. De defibrillator wordt aangesloten met 1, 2 of 3 draden, de zogenaamde 'leads' die via de aders naar het hart gaan. Het aantal draden is afhankelijk van de aard van de aandoening en/of het type hartritmestoornis.
Hoe werkt een ICD?
Wanneer de ICD levensbedreigende hartritmestoornissen signaleert, kan het deze ritmestoornissen zelfstandig beëindigen. In een ICD zit elektronica die een elektrische shock kan toedienen. Daardoor kan het normale hartritme (het zogenaamde 'sinusritme') en de pompfunctie van het hart zich herstellen. Hierdoor wordt de bloedcirculatie weer normaal.
Voorbereiding op de ingreep
Voorafgaand aan de implantatie heeft u een introductiegesprek met de ICD-verpleegkundige. Vóór de ingreep moet u stoppen met de bloedverdunners acenocumarol (3 dagen) en marcoumar/fenprocoumar (4 dagen). U wordt in principe één dag vóór de implantatie opgenomen. U krijgt dan een infuus in de linkerarm en preventief wordt antibiotica gegeven.
Wat gebeurt er bij het implanteren van een ICD?
De implantatie vindt plaats op de hartkatheterisatiekamer. Gedurende de implantatie ligt u op de behandeltafel, met het hoofd naar rechts gedraaid. U ligt aangesloten op diverse apparatuur (hartfilmpje, bloeddrukband, saturatiemeter en externe defibrillator). De ICD en leads worden onder plaatselijke verdoving ingebracht (er is dus géén algehele narcose nodig). De ICD wordt aan de linkerkant beneden het sleutelbeen onder de huid en op de borstspier geplaatst (zie illustratie).

Dan wordt de ICD getest. U merkt daar niets van: via het infuus krijgt u een slaapmiddel waarmee u ongeveer 10 minuten in slaap wordt gebracht. Alles bij elkaar duurt de implantatie gemiddeld één tot anderhalf uur. Maar de tijdsduur kan variëren, afhankelijk van het aantal te plaatsen leads.
Ontslag
De dag na de ingreep voert de ICD-technicus een controle uit. U hebt de dag na de ingreep ook een ontslaggesprek met de ICD-verpleegkundige. In principe mag u dezelfde dag nog naar huis.
Na de behandeling
-
Na ongeveer twaalf dagen worden de hechtingen verwijderd en controleert de technicus de ICD. Tot die tijd moet u de wond droog houden.
-
De eerste zes weken na implantatie mag de linkerarm geen ‘zwaaibewegingen’ maken! Dat wil zeggen: met de elleboog niet boven de kin uit komen. Dit om te voorkomen dat de leads van plaats veranderen, en om de ICD de gelegenheid te geven vast te groeien.
-
Na vijf weken wordt u gebeld door de ICD-verpleegkundige voor evaluatie.
-
Na twee maanden gaat u op controle bij de ICD-technicus of ICD-verpleegkundige.
Gedurende de eerste twee maanden begeleidt de ICD-verpleegkundige u intensief.
Leefregels
Pas op voor elektromagnetische velden. De ICD is daar erg gevoelig voor. Het kan de werking van de ICD beïnvloeden.
-
U mag tot twee maanden na implantatie niet autorijden. U moet twee maanden therapievrij zijn voor het rijbewijs opnieuw aangevraagd kan worden. Als zich binnen die twee maanden opnieuw een shock voordoet, gaan de twee maanden opnieuw in. Er komt een code in het rijbewijs te staan die refereert aan de ICD.
-
Met het dragen van een ICD is het groot rijbewijs niet meer geldig. U mag met een ICD geen vrachtwagen of bus besturen of beroepsmatig personen vervoeren.
-
Beroepsmatig autorijden is voor maximaal vier uur per dag toegestaan.
-
Uw rijbewijs is minimaal één jaar en maximaal vijf jaar geldig.