Echografie, ook wel echoscopie genoemd, is een techniek die gebruik maakt van geluidsgolven die zich door het lichaam verplaatsen en op grensvlakken tussen zachte en hardere structuren terugkaatsen. Door een speciaal computersysteem wordt het ‘echo-signaal’ omgezet in videobeelden, die op een monitor zichtbaar gemaakt worden.
De techniek stelt artsen onder meer in staat om organen in beeld te brengen. Zo kunnen ze zicht krijgen op de grootte, structuur en de eventuele afwijkingen ervan. Binnen de geneeskunde wordt echografie onder meer toegepast in de radiologie, cardiologie, urologie, verloskunde en gynaecologie.
Meer dan beeldvorming
Naast beeldvorming kan ook de snelheid, richting en intensiteit bepaald worden waarmee bloed zich beweegt. Hierbij wordt gebruikgemaakt van het Dopplereffect. Er wordt dan gesproken van duplex-onderzoek of echo-doppler-onderzoek. Dit onderzoek wordt bijvoorbeeld gebruikt om de ernst van vernauwingen of lekkages in de bloedsomloop en in het hart te beoordelen.
Niet geschikt voor alle organen
Niet alle organen kunnen middels echografie zichtbaar gemaakt worden. Organen die lucht bevatten of zich achter een luchtbel bevinden, kunnen moeilijk worden waargenomen. Zo kunnen bijvoorbeeld longen en darmen niet goed onderzocht worden. Ook kan echografie niet door het bot dringen.
Veiligheid en bijwerkingen
Van echografie zijn geen bijwerkingen bekend. Omdat de apparatuur voor een echo eenvoudig te verplaatsen is, hoeft de patiënt zijn bed niet te verlaten.
Al het tot op heden verzameld bewijsmateriaal geeft aan dat echo-onderzoek veilig is voor het ongeboren kind. In elk geval is een echo aanzienlijk veiliger dan een röntgenfoto.