De afkorting ECG staat voor Elektrocardiogram ofwel een 'hartfilmpje'. Met een ECG onderzoeken artsen de elektrische werking van het hart.
Waarom een ECG?
Een ECG wordt gemaakt om hartziektes te kunnen opsporen en om de conditie van het hart te bepalen. Een ECG kan een hartafwijking aantonen. Om de oorzaak ervan te kunnen bepalen, is vaak echter aanvullend onderzoek nodig.
Wat gebeurt er tijdens het onderzoek?
Het maken van een ECG duurt ongeveer 5 minuten. Het onderzoek is volstrekt pijnloos. De laborant vraagt u uw bovenkleding en kousen uit te trekken. Op uw armen, benen en borst plaatst de laborant een aantal zuignapjes of metalen plaatjes (elektroden). De plaatjes zijn verbonden met het ECG-apparaat. Via een 'schrijver' wordt de elektrische activiteit van het hart zichtbaar gemaakt op speciaal papier. De cardioloog kan uit het patroon afleiden of er sprake is van een afwijking en om welke afwijking het gaat. Na enkele minuten verwijdert de laborant de zuignapjes. U kunt vervolgens uw kleren weer aantrekken en naar huis gaan.
Onderzoek in rust of beweging
Een ECG kan worden gemaakt in rust of tijdens inspanning. Als het ECG wordt gemaakt in rust, dan ligt u tijdens het onderzoek op een onderzoekstafel. Als het ECG wordt gemaakt tijdens inspanning, dan wordt u gevraagd op een loopband of op een fiets plaats te nemen.
Hoe krijgt u de uitslag?
U krijgt de uitslag van de specialist die het onderzoek heeft aangevraagd, tijdens uw volgende polikliniekbezoek.