Hemodialyse

Nierfunctievervangende behandeling

Hemodialyse is een nierfunctievervangende behandeling waarbij het bloed buiten het lichaam door een dialysemachine (kunstnier) wordt gezuiverd. Het bloed uit het lichaam gaat via een naald of katheter (slangetje) naar een dialysemachine. De machine zuivert het bloed en vervolgens stroomt het bloed weer terug in het lichaam. Een dialyse duurt ongeveer 3 tot 4 uur, afhankelijk van het aantal keer dialyseren per week.
 

Hemodialyse
 

  1. bloed naar kunstnier
  2. bloed van kunstnier
  3. vergrote ader met dikkere wand
  4. verbinding slagader en ader (shunt)
  5. slagader
  6. naalden 

   

  
 

Ader geschikt maken

Om hemodialyse mogelijk te maken, is een verbinding tussen de bloedbaan en de dialysemachine nodig. Een normale ader raakt snel beschadigd en is te klein. Daarom wordt door middel van een kleine operatieve ingreep een zogenaamde ‘shunt’ aangelegd. Dit is een inwendige verbinding tussen een slagader en een ader. De slagaderlijke druk verwijdt de ader waardoor deze een dikkere wand ontwikkelt en geschikt wordt voor regelmatig aanprikken voorafgaand aan de hemodialyse. Er bestaan twee soorten shunts:

 

  • Natieve shunt: dit is een verbinding tussen een ader en een slagader waarbij de eigen bloedvaten worden gebruikt.
  • Graft: een kunststof bloedvat zorgt voor de verbinding tussen een ader en een slagader.

 

Ook bestaat de mogelijkheid om te dialyseren via een kunststof slangetje (dialysekatheter). Dit gebeurt als:

 

  • u acuut moet gaan dialyseren;
  • een inwendige verbinding tussen een ader en slagader niet mogelijk is.

     

 
 

Controleren van de shunt

Met behulp van de shunt kunt u aangesloten worden op de dialysemachine. Het is dan ook belangrijk dat u problemen of veranderingen van de shunt tijdig opmerkt. Bekijk, bevoel en beluister de shunt daarom dagelijks en let op:

 

  • verkleuring van de huid;
  • zwelling;
  • pijnlijke of harde shunt;
  • de trilling is niet goed voelbaar meer of de trilling heeft plaats gemaakt voor kloppen;
  • gevoelloze, koude en/of blauwe vingers;
  • wondjes of andere onregelmatigheden van de huid.

 

Als u één of meer van deze veranderingen constateert, geef dit dan bij uw eerstvolgende dialyse door aan de dialyseverpleegkundige. Als u nog niet dialyseert, kunt u contact opnemen met de dialyseafdeling.
 

De shunt is niet meer voelbaar

Als de shunt plotseling niet meer voelbaar is, neem dan meteen contact op met de dialyseafdeling. Ook als dit in het weekend gebeurt. Voelt u de shunt ’s avonds of ’s nachts niet meer? Neem dan de volgende ochtend contact op. Door op tijd in te grijpen, kan de shunt vaak nog behouden blijven.

 

Shuntpolikliniek

Als u aanhoudend problemen ondervindt met de shunt, wordt u uitgenodigd voor de shuntpolikliniek. Deze polikliniek vindt 1 keer in de 2 weken plaats op de dialyseafdeling. U kunt uw vragen en problemen voorleggen aan een vaatchirurg en een dialyseverpleegkundige die is gespecialiseerd in vaattoegang.


Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Folders