Bij een longfunctieonderzoek doet u twee verschillende blaasoefeningen:
- voor het meten van de inhoud van de longen
- voor het meten van de kracht van uw longen (flow- volumemeting)
Waarom een longfunctieonderzoek?
De specialist gebruikt de informatie over uw longen voor het bepalen van de verdere behandeling.
Wat gebeurt er tijdens het onderzoek?
U doet een mondstuk in uw mond en een knijper op uw neus. Vervolgens voert u de twee blaasoefeningen uit. Bij de eerste oefening ademt u eerst rustig in en uit en daarna zo ver mogelijk in en uit. Hiermee wordt de inhoud van uw longen gemeten. Bij de tweede oefening ademt u eerst diep in. Daarna blaast u zo krachtig en ver mogelijk uit en weer zo snel mogelijk diep in. Dit is voor het bepalen van de kracht van uw longen. Het onderzoek duurt ongeveer 10 minuten. De longfunctieassistent bekijkt de resultaten en herhaalt zo nodig een deel van het onderzoek.
Onderzoek met medicatie
De specialist kan u vragen de flow-volumemeting twee keer te doen: voor en na medicatie. Dit is om na te gaan of de inhoud en de kracht van uw longen verbeteren door de medicijnen. U doet in dat geval eerst de beide oefeningen, zoals hierboven beschreven. Dan inhaleert u een luchtwegverwijdend medicijn zoals Ventolin of Atrovent. Dit zijn medicijnen in de vorm van een zeer fijn poeder. Om het inhaleren ervan te vergemakkelijken, gebruikt u een hulpmiddel dat voorzetkamer wordt genoemd (de Volumatic). Na het inhaleren moet u een bepaalde tijd wachten om de medicijnen in te laten werken. Daarna wordt de flow-volumemeting herhaald. Het totale onderzoek duurt in dit geval ongeveer 30 minuten.
Hoe krijgt u de uitslag?
De resultaten van het onderzoek worden verwerkt en later door de specialist beoordeeld. De uitslag hoort u bij uw volgende bezoek aan de polikliniek. Als u opgenomen bent, krijgt u de uitslag op de afdeling.