Een MRI-scanner is de benaming van een medisch apparaat voor beeldvorming van het binnenste van het lichaam. De scanner is een holle buisvormige magneet, waar de patiënt op een beweegbare tafel in wordt geschoven. Met behulp van het magnetisch veld worden via een ingewikkelde techniek afbeeldingen gemaakt.
Beeldvorming
Om de resultaten van de scan te kunnen beoordelen, worden deze door de computer meestal als een aantal 'plakjes' van het lichaam of het hoofd gepresenteerd. Met moderne MRI-scanners kunnen details van minder dan 0,5 mm waargenomen worden.
Contrastmiddel
Om het contrast van de MRI-scans te verhogen kan via een infuus in de arm contrastmiddel in de bloedstroom geïnjecteerd worden. Slechts in zeldzame gevallen kan dit tot een allergische reactie leiden.
Beperkingen
De aanwezigheid van sommige metalen voorwerpen in het lichaam van patiënten kan, afhankelijk van de sterkte van het magnetische veld van het MRI-apparaat, een reden zijn het MRI-onderzoek niet uit te voeren. Hierbij kan men denken aan vaatprothesen, pacemakers, spiraaltjes, neurostimulatoren, insulinepompen, metaaldeeltjes, oorimplantaten of metalen kunsthartkleppen. Wanneer deze voorwerpen zich in een sterk magnetisch veld bevinden, kunnen zij zich gaan verplaatsen en zo een gevaar opleveren voor de patiënt.
Ook bij een zwangerschapsduur korter dan twaalf weken wordt meestal geen MRI vervaardigd. Ook met oude tatoeages (die door het magneetveld kunnen vervloeien) dient men op te passen. Verder kan een deel van de patiënten het onderzoek niet ondergaan vanwege claustrofobie.
MRI en CT
Hoewel de beelden van een MRI-onderzoek in eerste instantie misschien lijken op die van een CT-scanner, zijn er toch grote verschillen. Een CT-scanner meet verzwakking van röntgenstraling door het lichaam waardoor vooral het calcium in botten sterk opvalt. Een MRI-scanner meet het voorkomen van één element, vaak is dat waterstof. In zijn algemeenheid vullen CT en MRI elkaar aan maar kunnen elkaar niet compleet vervangen.