Medicijnen bij hartziekten

Elke hartpatiënt zal medicijnen moeten gebruiken, deels om te voorkomen dat een ziekte verergert, deels om klachten te behandelen. Hoeveel medicijnen nodig zijn, verschilt per patiënt.

Voorzichtigheid geboden bij hartmedicatie

Hoewel medicijnen veel nuttige werkingen hebben, kunnen zij ook bijwerkingen hebben. Foutief ingenomen medicijnen kunnen zelfs tot ernstige schade leiden. Het is daarom raadzaam de voorgeschreven dosis nauwkeurig te volgen, nooit eigenhandig de dosering te veranderen en nooit zelfstandig met de voorgeschreven geneesmiddelen te stoppen. Gebruik nooit medicijnen van anderen, ook al hebben deze personen dezelfde symptomen.

Instructies voor inname

Het kan handig zijn om een medicijndoos te gebruiken. De tijden waarop de medicijnen moeten worden ingenomen, staan vermeld op de geneesmiddelenkaart. Zie dit als een richtlijn: een kwartier eerder of later innemen is geen ramp.

Nitraten

Nitraten hebben vaak de vorm van een tabletje of spray voor onder de tong. Andere vormen zijn een pleister (bijvoorbeeld transiderm nitro) of een tablet met vertraagde afgifte (bijvoorbeeld monocedocard of promocard). Doel van dit medicijn is een pijnaanval bij angina pectoris (pijn op de borst) te voorkomen of te stoppen. Nitraten verwijden de bloedvaten en verlagen de bloeddruk. Ze worden ook gebruikt bij de behandeling van slagaderverkalking. Mogelijke bijwerkingen:

  • duizeligheid
  • misselijkheid
  • hoofdpijn
  • snelle polsslag
  • rode huid (bij pleisters)

 
Bij een nitraattablet of spray onder de tong komt heel soms flauwvallen voor. Ga daarom bij het innemen altijd zitten of liggen.

Bètablokkers

De functie van deze medicijnen is het hartritme en de bloeddruk te verlagen. Daardoor hoeft het hart minder hard te werken. Bètablokkers zorgen ervoor dat de vraag van de hartspier naar zuurstof vermindert. Ze werken gunstig bij een hartinfarct, pijn op de borst en hartfalen. Bètablokkers worden verder gebruikt bij de behandeling van slagaderverkalking. Voorbeelden van bètablokkers zijn medicijnen als selokeen of metoprolol, emcor of bisoprolol, tenormin of atenolol. Mogelijke bijwerkingen:

  • duizeligheid
  • lichte slaperigheid
  • koude handen en voeten
  • onrustige slaap
  • vermoeidheid
  • minder zin in seks

Calciumantagonisten

Calciumantagonisten worden vooral gebruikt bij de behandeling van kransslagaderverkalking. Ze zorgen ervoor dat het hart voldoende zuurstof krijgt, door:

  • de vraag van het hart naar zuurstof te verlagen
  • de hartfrequentie te verlagen
  • de vaatweerstand te verlagen
  • de kransslagaders te verwijden 

 
Voorbeelden van calciumantagonisten zijn medicijnen als adalat of nifedipine, tildiem of diltiazem, isoptin of verapamil. Mogelijke bijwerkingen:

  • obstipatie
  • diarree
  • duizeligheid
  • blozen of opvliegers
  • hoofdpijn
  • misselijkheid
  • vermoeidheid

Stollingsremmers (bloedverdunners)

De functie van bloedverdunners is de bloedstolling te remmen en bloedpropjes in de kransslagaders te voorkomen. Bloedverdunners worden vooral gebruikt bij de behandeling van slagaderverkalking. Bij een operatie moet de patiënt het gebruik van bloedverdunners altijd melden. In overleg met de behandelend arts wordt dan gekeken of het gebruik voor korte tijd veilig gestopt kan worden.  

Voorbeelden van stollingsremmers zijn acetosal (acetylsalicylzuur), marcoumar (fenprocoumon), sintrom (acenocoumarol), enplavix (clopidoqrel). Bij gebruik van sintrom of marcoumar is controle door de trombosedienst nodig. Deze medicijnen werken via de aanmaak van stollingsfactoren in de lever, waardoor de mate van bloedverdunning kan wisselen. Regelmatig moet dan bloed afgenomen worden om de dikte van het bloed te controleren. Voor acetosal en plavix is dit niet nodig. Deze werken rechtstreeks op de bloedplaatjes. Mogelijke bijwerkingen:

  • onverklaarbare blauwe plekken of ongewone bloedingen verstopping
  • buikpijn
  • misselijkheid
  • huiduitslag

ACE-remmers

ACE-remmers verlagen de bloeddruk door verwijding van de bloedvaten. Ze werken tevens gunstig bij hartfalen. Daarnaast hebben ze een gunstig effect op de vaatwand. ACE-remmers worden verder gebruikt bij de behandeling van slagaderverkalking. Voorbeelden van ACE-remmers zijn capoten of captopril, coversyl of perindopril, renitec of enelapril, zestril of lisinopril, tritace of ramipril, en acupril of quinalapril. Mogelijke bijwerkingen:

  • kriebelhoest
  • smaakverlies
  • diarree
  • hoofdpijn
  • misselijkheid
  • vermoeidheid

Diuretica (plasmiddelen)

De functie van plasmiddelen is extra vochtafdrijving ,waardoor het hart wordt ontlast. Ze worden met name gebruikt bij hartfalen. Maar kunnen ook gunstig werken bij hoge bloeddruk. Voorbeelden van diuretica zijn lasix of furosemide, burinex of bumetanide, en aldactone of spirinolacton. Mogelijke bijwerkingen:

  • duizeligheid
  • verminderde eetlust
  • hoofdpijn
  • maagpijn
  • diarree
  • minder zin in seks  

Cholesterol-syntheseremmers

Deze medicijnen remmen de aanmaak van cholesterol. Ze worden vooral gebruikt bij de behandeling van slagaderverkalking. Voorbeelden van cholesterol-syntheseremmers zijn selektine of pravastatine, lipitor of atorvastatine, zocor of simvastatine, crestor of rosuvastatine, en ezetrol. Mogelijke bijwerkingen:

  • obstipatie
  • diarree
  • brandend maagzuur
  • duizeligheid
  • misselijkheid
  • hoofdpijn
  • huiduitslag  

Digoxine

Door digoxine gaat het hart rustiger en krachtiger werken. Het medicijn versterkt de pompfunctie van het hart en verlaagt een te snel hartritme. Digoxine wordt met name gegeven bij boezemfibrilleren en is in de handel als digoxine of als lanoxin.Mogelijke bijwerkingen:

  • bij een te hoge dosis treedt verminderde eetlust op
  • misselijkheid
  • pijn in de onderbuik of diarree
  • vermoeidheid
  • langzame of onregelmatige hartslag
  • wazig zien
  • slaperigheid
  • verwardheid
  • rusteloosheid
  • een depressief gevoel

Anti-arrythmica

Anti-arrythmica beïnvloeden de prikkelgeleiding in het hart of de prikkelbaarheid van de hartspiercellen. Ze worden vooral gebruikt bij de behandeling van ritmestoornissen. Omdat er veel verschillende oorzaken voor hartritmestoornissen zijn, zit er ook veel verschil in medicatie en dosering. Voorbeelden van anti-arrythmica zijn cordarone of amiodaron, tambocor of flecainide, rytmonorm of propafenone, en sotacor of sotalol. Mogelijke bijwerkingen verschillen per medicijn. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn:

  • bittere of metaalachtige smaak
  • duizeligheid of hoofdpijn
  • verminderde eetlust
  • diarree of verstopping
  • huiduitslag
  • wazig zien
  • trillingen of tintelingen in handen of voeten


Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Ziektebeelden

Folders