Myocardscintigrafie

Bij myocardscintigrafie wordt de doorbloeding van de hartspier vastgesteld. Om dit te kunnen doen, wordt twee keer een licht radioactieve vloeistof toegediend (technetium-tetrofosmin). De ene dag terwijl de patiënt zich inspant, de andere dag in rust. Beide keren wordt vervolgens een hartfoto gemaakt met een speciale ‘gammacamera’. Deze kan de straling meten die de vloeistof afgeeft. Op deze foto’s is daardoor te zien hoeveel van de radioactieve vloeistof door de hartspier is opgenomen. En op basis daarvan kan een specialist bepalen of de bloedvaten in de hartspier (de kransslagaderen) het hart van voldoende bloed en zuurstof kunnen voorzien.


Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Folders