Pacemakers zijn kleine apparaatjes die het hartritme reguleren. Een pacemaker wordt onder de huid aangebracht, iets beneden het sleutelbeen aan de linkerkant. De pacemaker wordt met 1, 2 of 3 draadjes aan het hart verbonden en registreert het hartritme. Als het hart te langzaam klopt, kan een pacemaker via een draad een prikkel geven. Het hart reageert daarop met een samentrekking van de hartspier.
Verschillende soorten pacemakers?
Voor de verschillende soorten ritmestoornissen zijn er 3 soorten pacemakers. De cardioloog legt uit welke pacemaker voor uw ritmestoornis van toepassing is.
Wat gebeurt er bij het implanteren van een pacemaker?
De pacemaker wordt op de katheterisatiekamer geïmplanteerd. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. U blijft tijdens de procedure volledig bij kennis en kunt gewoon praten. Als u onder de ‘steriele’ lakens ligt en de verdoving werkt, legt de cardioloog de draadjes van de pacemaker op de juiste plek. Ze worden via het grote bloedvat, vlak onder het sleutelbeen, aan het hart vastgemaakt. Vervolgens wordt de ‘pocket’ gemaakt. Dat is een plekje onder de huid waar de pacemaker komt. Vervolgens worden de draadjes aangesloten aan de pacemaker en wordt alles in de pocket gedaan. De wond wordt gehecht en met een pleister afgedekt. De ingreep duurt tussen de 1,5 en 3,5 uur, afhankelijk van het type ingreep.
Wie zijn bij de ingreep betrokken?
Er zijn verschillende personen bij het implanteren van een pacemaker betrokken. De cardioloog verzorgt de daadwerkelijke implantatie. Daarnaast is er een pacemakertechnicus aanwezig. Deze zal u voor, tijdens en na de ingreep informeren over allerlei technische aspecten. Ook programmeert de technicus na de implantatie de pacemaker. Dit gebeurt met een soort computer. Zo wordt de pacemaker zo goed mogelijk op uw specifieke ritmestoornissen ingesteld.
Ontslag
Als de pacemaker goed werkt en de wond goed geneest, mag u na een controlefoto de volgende dag naar huis. U moet er wel rekening mee houden dat de wond de eerste 10 tot 12 dagen nog moet genezen. De eerste 6 weken moeten de draden en de pacemaker ingroeien en kunt u het beste zware arbeid vermijden. Ook mag u de eerste 6 weken de desbetreffende arm niet boven de schouder tillen.
Controle en herhalingscontroles
Na ongeveer 2 maanden komt u voor een technische controle naar het ziekenhuis. Na deze controle kunt u uw leven weer normaal hervatten. U krijgt dan ook een pacemakerpaspoort. Dat is een pasje waar de belangrijkste gegevens op staan over u en uw pacemaker. De technische controle wordt vervolgens iedere 6 maanden herhaald.