Slaaponderzoek

Om vast te kunnen stellen of klachten of verschijnselen worden veroorzaakt door slaapapneu, ondergaat de patiënt een slaaponderzoek. Er zijn 2 soorten slaaponderzoek:
 

  • polygrafie
  • polysomnografie

 

Polygrafie

Voor diagnose van een ongecompliceerd obstructief slaapapneu syndroom volstaat een polygrafie. Bij dit type slaaponderzoek worden de ademhalingbewegingen van borst en buik geregistreerd, de luchtstroom bij de neus gemeten en worden tevens de hartslag en het zuurstofgehalte in het bloed vastgelegd.

 

Polysomnografie

Bij polysomnografie gebeurt hetzelfde als bij een polygrafie. Daarnaast worden ook de hersenactiviteit, oogbewegingen, kinbewegingen en beenbewegingen gemeten met behulp van elektrodes. Deze aanvullende informatie maakt het mogelijk om ook de hoeveelheid en kwaliteit van de slaap te beoordelen. Dat biedt meer informatie, waarmee ook meer gecompliceerde vormen van slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen kunnen worden aangetoond.

 

Aanvullend onderzoek door een KNO-arts

In de meeste gevallen wordt de slaapapneupatiënt ook gezien door een KNO-arts. Hij of zij beoordeelt de bovenste luchtwegen, al dan niet in combinatie met een slaapendoscopie (een onderzoek tijdens een roesje). Dat is vaak nuttig om de plaats van obstructie te bepalen. Is de diagnose eenmaal gesteld, dan kan de juiste behandeling worden opgestart.


Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Ziektebeelden

Folders