Spataderen behandeling

In het Spatadercentrum van het Amphia Ziekenhuis worden verschillende methoden gebruikt om spataderen te behandelen:

  • Oppervlakkige vaatlaser;
  • Sclerocompressietherapie (‘spuiten’);
  • Sclerocompressietherapie met schuim (ESCT);
  • Echogeleide sclerocompressietherapie met schuim;
  • Chirurgische operaties (onderbinden van vaten, verwijderen van oppervlakkige aders, flebectomie van Muller en het ‘strippen’);
  • Endoveneuze lasertherapie (EVLT)
  • Endoveneuze radiofrequntie ablatie (VNUS Closure Fast

 
Welke behandeling voor u het beste is, wordt door de chirurg en de dermatoloog samen met u bepaald. Dit wordt vastgelegd in een persoonlijk behandelplan. Soms zijn er verschillende behandelmethoden nodig. In dat geval worden de verschillende behandelingen zoveel mogelijk aansluitend aan elkaar gepland.
 

Verwijderen grote spataderen

Grote spataderen (van de lies tot de kniekuil of de enkel) worden meestal ‘gestript’. Bij ‘strippen’ wordt de spatader verwijderd door twee kleine sneden: één in de lies en één in de knie. Dit gebeurt onder narcose of met een ruggeprik.

Sinds kort gebruikt het Spatadercentrum ook de nieuwste striptechniek, waarbij maar één kleine snede in de lies nodig is. Oppervlakkige, kronkelige spataderen kunnen door middel van kleine sneetjes op een cosmetisch fraaie manier worden verwijderd. Dit is de methode ‘flebectomie volgens Muller’.

Bij lasertherapie en radiofrequentietherapie van de grote spataderen blijft de ader in het been, maar wordt deze uitgeschakeld door het opwekken van hoge temperaturen. Dit gebeurt onder lokale verdoving. 
 

Verwijderen kleine spataderen

Voor de kleinere spataderen is het inspuiten met een sclerosans het meest gebruikelijk. Voor de iets grotere vaatjes wordt schuim van deze vloeistof gebruikt. De allerkleinste rode spataderen kunnnen worden behandeld met de NdYAG vaatlaser.