Het geavanceerd-ultrageluidonderzoek valt onder prenatale diagnostiek. Het gaat hier om een uitgebreid echoscopisch onderzoek dat meestal bij een zwangerschapsduur van 18 tot 22 weken plaatsvindt. Dan is het kind groot genoeg om de afzonderlijke organen te bekijken. Soms is er reden om al bij een vroegere zwangerschapsduur dit onderzoek uit te voeren.
Het onderzoek, duurt ongeveer een half uur. Tijdens het onderzoek kijkt de gynaecoloog prenatale diagnostiek specifiek naar aanlegstoornissen van het ongeboren kind, waarvoor een verhoogde kans bestaat. Hij kan een aantal aandoeningen met dit onderzoek vaststellen, zoals een open rug en/of schedel, een waterhoofd, een ernstige aangeboren hartafwijking of een afwijking aan de urinewegen.
Verschil type I en II
Het geavanceerd-ultrageluidonderzoek type I wordt verricht als er sprake is van een verhoogd risico op afwijkingen bij het ongeboren kind.
Pas als er een verdenking is op een afwijking in de huidige zwangerschap wordt een type II geavanceerd ultrageluidonderzoek gedaan.
Wat is niet zichtbaar?
Ondanks voortdurende kwaliteitsverbetering van de echoapparatuur en de beoordeling van gemaakte echo's zijn niet alle aangeboren afwijkingen op te sporen. In ongeveer 10 tot 15% van de gevallen worden bij echoscopisch onderzoek geen afwijkingen geconstateerd, terwijl het kind bij de geboorte wel een afwijking blijkt te hebben. Er is met andere woorden geen garantie dat alle afwijkingen inderdaad worden gevonden.
De uitslag
De gynaecoloog prenatale diagnostiek bespreekt direct na het onderzoek met u de uitslag. Bij een ongunstige uitslag biedt hij u verdere begeleiding aan. In alle gevallen ontvangt de behandelend gynaecoloog, verloskundige of huisarts de uitslag schriftelijk.
Wat is het risico?
Dit onderzoek is niet schadelijk voor het kind. In dit opzicht zijn er dus geen risico's verbonden aan het onderzoek.