Een vlokkentest is onderdeel van prenatale diagnostiek. De test wordt verricht tussen de 11de en 14de week van de zwangerschap. Chorionvlokken vormen het begin van de moederkoek (placenta). De chorionvlokken bevatten dezelfde cellen als de vrucht. Bij de vlokkentest nemen we enkele vlokken weg voor onderzoek via de buikwand.

De gynaecoloog prenatale diagnostiek bepaalt met een echo de juiste plaats voor het inbrengen van een dunne naald. Met de naald zuigt hij wat weefsel uit de moederkoek op. Het is noodzakelijk dat de naald hierbij wat beweegt. Dit kan een wee en soms pijnlijk gevoel geven. Maar verdoving is niet nodig. Direct na de afname bepaalt de arts of de hoeveelheid vlokken voldoende is voor een chromosoomonderzoek. Als er te weinig vlokken zijn, volgt soms een tweede prik.
Na afloop
Na de ingreep kunt u gewoon naar huis. U kunt het beste die dag rustig aan doen, bijvoorbeeld niet gaan werken. Bloedverlies hoort na deze vlokkentest niet op te treden. Een paar dagen wat last van buikpijn is niet ongewoon.
Injectie anti-D bij rhesus-negatief
De rhesusfactor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Tijdens een vlokkentest kan er wat bloed van de baby in uw bloed terechtkomen. Als u rhesus-negatief bent, dan kunt u afweerstoffen maken tegen rhesus-positief bloed van de baby. Vrouwen die rhesus-negatief zijn krijgen daarom na afloop van de ingreep een injectie anti-D. Dat verkleint de kans dat u antistoffen aanmaakt die de baby ziek kunnen maken. Als u zeker weet dat de vader van het kind rhesus-negatief is, kunt u met de gynaecoloog overleggen of de injectie met anti-D achterwege kan blijven.
De uitslag
De uitslag van een vlokkentest is meestal binnen twee weken bekend. U en uw verloskundige of huisarts ontvangen de uitslag schriftelijk, als er geen afwijkingen zijn gevonden.
Als er afwijkingen zijn vastgesteld, krijgen u en uw verloskundige of huisarts de uitslag telefonisch. In een vervolgafspraak zal de gynaecoloog prenatale diagnostiek de betekenis en de mogelijke consequenties hiervan met u doornemen.
Een enkele keer is er geen uitslag omdat er toch te weinig weefsel is afgenomen. De gynaecoloog prenatale diagnostiek zal u dan een vruchtwaterpunctie voorstellen.
Betrouwbaarheidtest
De betrouwbaarheid van het chromosoomonderzoek bij de vlokkentest is iets minder groot dan bij de vruchtwaterpunctie. Dit komt doordat in 1-2% van de zwangerschappen een chromosoomafwijking wordt ontdekt die mogelijk alleen in de placenta aanwezig is. In dit geval wordt alsnog een vruchtwaterpunctie voorgesteld.
Wat is het risico?
Het extra risico op een miskraam als gevolg van een vlokkentest is 0,5% (kans van 1 : 200). Bij bloedverlies in de zwangerschap raadt de gynaecoloog een vlokkentest meestal af, omdat de kans op een miskraam dan wat groter kan zijn.
Wat zijn voor- en nadelen?
Een voordeel
De ingreep vindt vroeg in de zwangerschap plaats en de uitslag is relatief snel bekend. Meestal binnen twee weken. De gynaecoloog kan hierdoor, bij een ongunstige uitslag, de zwangerschap eventueel afbreken door een zuigcurettage (tot 13 weken). Dit is een ingreep onder narcose waarbij de baarmoeder met een zuigbuis wordt leeggezogen.
Een nadeel
Soms wordt in een zwangerschap een chromosoomafwijking gevonden, terwijl deze zwangerschap enkele weken later toch in een spontane miskraam zou zijn geëindigd. De miskraam zou de ouders in dat geval de moeilijke keuze van het of al dan niet afbreken van de zwangerschap hebben bespaard, maar de oorzaak van de miskraam was dan wel onduidelijk gebleven. Hierdoor is het onbekend of er een verhoogde kans op herhaling is in een volgende zwangerschap.
Vlokkentest en vruchtwaterpunctie met elkaar vergelijken
De vlokkentest gebeurt eerder in de zwangerschap en de uitslag is sneller bekend. Hierdoor kan de gynaecoloog, bij een ongunstige uitslag, de zwangerschap eventueel afbreken door een zuigcurettage. Na een vruchtwaterpunctie kan het afbreken van de zwangerschap alleen maar plaatsvinden door het opwekken van een voortijdige bevalling.