Een vruchtwaterpunctie maakt deel uit van prenatale diagnostiek. De punctie vindt meestal plaats bij een zwangerschapsduur van ongeveer 16 weken. Door cellen in het vruchtwater af te nemen kunnen we eventuele chromosoomafwijkingen aantonen.

De gynaecoloog prenatale diagnostiek bepaalt met de echo de juiste plaats voor het inbrengen van de naald via de onderbuik. Via de naald neemt hij vruchtwater uit de baarmoeder af. De prik is even pijnlijk, maar als de naald ver genoeg is ingebracht, is de pijn over. Verdoving is niet nodig.
Soms lukt het niet om voldoende vruchtwater af te nemen. De gynaecoloog kan dan op een andere plaats prikken of herhaalt het onderzoek op een later tijdstip. Het afgenomen vruchtwater (circa 20 ml) wordt snel weer aangemaakt en dat heeft geen gevolgen voor uw kind.
Na afloop
Na het onderzoek kunt u gewoon naar huis. Doe het die dag rustig aan. U kunt een paar dagen een wat trekkend of menstruatieachtig gevoel hebben. Ook kan de plaats waar geprikt is nog pijn doen. In dat geval is het verstandig wat rust te nemen. De klachten zijn meestal na 1-2 dagen verdwenen.
Injectie anti-D bij rhesus-negatief
De rhesusfactor is een stof die in het bloed aanwezig kan zijn. Tijdens een vlokkentest kan er wat bloed van de baby in uw bloed terechtkomen. Als u rhesus-negatief bent, dan kunt u afweerstoffen maken tegen rhesus-positief bloed van de baby. Vrouwen die rhesus-negatief zijn krijgen daarom na afloop van de ingreep een injectie anti-D. Dat verkleint de kans dat u antistoffen aanmaakt die de baby ziek kunnen maken. Als u zeker weet dat de vader van het kind rhesus-negatief is, kunt u met de gynaecoloog overleggen of de injectie met anti-D achterwege kan blijven.
Uitslag
Bij voldoende afgenomen vruchtwater is de uitslag vrijwel altijd betrouwbaar. Als de uitslag goed is krijgt u deze na ongeveer drie weken thuis gestuurd. Bij afwijkingen belt de gynaecoloog prenatale diagnostiek u persoonlijk. In een vervolgafspraak zal de gynaecoloog de betekenis en de consequenties met u doornemen. Daarnaast wordt de begeleider van uw zwangerschap van deze uitslag op de hoogte gesteld.
Risico
Het extra risico op een late miskraam als gevolg van een vruchtwaterpunctie is 0,3% (kans van 1 : 333). Dit risico is iets kleiner dan dat van een vlokkentest.
Voordeel
De vruchtwaterpunctie is iets betrouwbaarder dan de vlokkentest en geeft een iets kleinere kans op een miskraam.
Nadelen
Het onderzoek vindt later in de zwangerschap plaats en de uitslag laat langer op zich wachten dan die van een vlokkentest. Sommige vrouwen voelen al leven.
Als u kiest voor een zwangerschapsafbreking kan dit slechts gebeuren door het opwekken van de bevalling. Een voortijdig opgewekte bevalling biedt wel de mogelijkheid om afscheid van het kind te nemen.
Verschillen
De vlokkentest gebeurt eerder in de zwangerschap en de uitslag is sneller bekend. Hierdoor kan de gynaecoloog, bij een ongunstige uitslag, de zwangerschap eventueel afbreken door een zuigcurettage. Na een vruchtwaterpunctie kan het afbreken van de zwangerschap alleen maar plaatsvinden door het opwekken van een voortijdige bevalling.