Galblaasverwijdering (laparoscopisch)

Galblaasverwijdering (laparoscopisch)

Deze ingreep wordt ook wel Laparoscopische Cholecystectomie genoemd.
Aan deze ingreep gaat een complete verdoving (narcose) vooraf. De buikholte wordt tijdens de operatie opgevuld met een onschuldig gas (kooldioxide) om een goed overzicht te verkrijgen. Dit kan er toe leiden dat u enkele dagen een gevoelige schouder heeft, door de opwaartse druk van het gas. Dit verdwijnt vanzelf weer. Bij de operatie gebruikt de chirurg speciale instrumenten om de galblaas te verwijderen zonder een grote opening in de buik te maken. In plaats daarvan maakt hij vier kleine sneetjes.

 

De laparoscoop

Een laparoscoop is een lang dun buisje waarop een kleine videocamera is gemonteerd. Via een sneetje van circa 2 cm. bij de navel wordt de laparoscoop in de buikholte gebracht. Met de laparoscoop kan de chirurg via een videomonitor in de buik kijken. Via drie andere sneetjes brengt de chirurg een speciaal instrument in de buikholte om de galblaas te pakken, te bewegen en te verwijderen.

Na het verwijderen van de galblaas wordt soms een dun slangetje (wonddrain) aangebracht om overtollig bloed en wondvocht op te vangen.

Na een laparoscopische galblaasverwijdering kunt u meestal de dag ná de operatie weer naar huis.
 

Alternatief

Deze methode wordt bij voorkeur toegepast. Het kan voorkomen dat de chirurg tijdens de operatie vaststelt dat het niet (veilig) mogelijk is om de galblaas via een kijkoperatie te verwijderen. De galblaas zal dan tijdens dezelfde operatie via een snede onder de rechter ribbenboog worden verwijderd.

 

Na de operatie

Na de laparoscopische cholecystectomie kunt u meestal één dag na de operatie weer naar huis. Bij een conventionele cholecystectomie kan de opname drie tot vijf dagen duren.

 

 


Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Ziektebeelden