
Anneke Bielaars-Joosen (60): "De bevalling van mijn eerste duurde gewoon te lang, ik heb alles stuk geperst. Na mijn tweede bevalling kon ik mijn urine niet ophouden. Waar ik ook naar toe ga, ik neem altijd schoon ondergoed en schone kleren mee. De wc weet ik overal te vinden, desnoods ga ik buiten zitten. Sinds ik dat apparaatje heb, gaat het zoveel beter met mij!" Lees het hele verhaal van Anneke.
Aandrangincontinentie betekent ongewild urineverlies bij aandrang. We noemen het ook urge-incontinentie of een overactieve blaas. Een overactieve blaas kan met en zonder incontinentie gepaard gaan. Vrouwen met een overactieve blaas ervaren een niet te onderdrukken aandrang, waarbij zij direct naar het toilet moeten hollen. Soms zijn zij dan net te laat en verliezen dan urine. De meeste vrouwen met een overactieve blaas moeten heel vaak plassen en de hoeveelheid van de plasjes is kleiner dan normaal.
Deze vorm van incontinentie komt bij alle leeftijden voor en kan lichamelijke of psychische oorzaken hebben. De meest voorkomende lichamelijke oorzaak is een infectie van de blaas of de urinewegen. Gevoelszenuwen raken dan te veel geprikkeld. Het gevolg is dat steeds aandrang gevoeld wordt om naar het toilet te gaan. Het urineverlies gaat in kleine beetjes en de urinelozing kan pijnlijk zijn. Bij ouderen is een zenuwaandoening de meest voorkomende oorzaak van een overactieve blaas. Maar meestal is de oorzaak onduidelijk.
Onderzoek
- De arts stelt de diagnose aan de hand van een gesprek en een inwendig lichamelijk onderzoek.
- Voor uw polikliniekbezoek stuurt u een vragenlijst en mictielijst (plaslijst) op.
- Een blaasontsteking kan eventuele plasproblemen veroorzaken. Urineonderzoek is nodig om dit uit te sluiten.
- De uroloog zal ook een cystoscopie verrichten.
- Uitgebreider aanvullend onderzoek kan nodig zijn. Bijvoorbeeld: urodynamisch onderzoek, flowmeting.
Mogelijke behandelingen
- De behandeling van de overactieve blaas bestaat vaak uit medicatie. De medicijnen verlagen het aandranggevoel, verlagen de plasfrequentie en vergroten het volume van de plasjes.
- U kunt zelf ook een bijdrage leveren aan het oplossen of verbeteren van uw klachten door bepaalde leefregels op te volgen. Bijvoorbeeld door blaastraining onder begeleiding van de continentieverpleegkundige. Naast adviezen over leefregels, kan zij u ook adviezen geven over eventuele hulpmiddelen.
- De bekkenfysiotherapeut kan u door oefeningen leren om uw bekkenbodemspieren te ontspannen. Hierdoor kan uw blaas minder geprikkeld worden.
- Neuromodulatie. Urineverlies kan het gevolg zijn van een beschadiging van de zenuwen. Deze zenuwen kunnen kunstmatig worden beïnvloed door zwakke elektrische stroomstootjes. Zo kan de prikkelbare blaas rustiger worden en kunnen de klachten verminderen of verdwijnen.
- PTNS (Percutane Tibial Nerve Stimulation). Deze behandeling blokkeert de ‘foute’ of ongewenste sensaties uit het kleine bekken. Dit gebeurt door een elektrisch signaal te geven, aan een zenuwtak nabij de enkel. Deze zenuwtak staat in nauw verband met de zenuwen van alle organen in het kleine bekken. Zoals de blaas, de endeldarm en de sluitspier.
-
Botoxbehandeling van de blaas. Bij een overactieve blaas kan de blaasspier te snel samentrekken. Via de plasbuis worden kleine hoeveelheden botoxinjecties in de blaasspier toegediend. Hierdoor wordt de overactieve blaasspier gedeeltelijk verlamd, waardoor de patiënt minder vaak plast en grotere plassen maakt.