Het hartinfarct is een plotselinge afsluiting van een van de bloedvaten die de hartspier van bloed voorzien. Als een deel van de hartspier geen bloedtoevoer krijgt, sterft dit weefsel af. Dit afsterven van weefsel begint al na 30 minuten zuurstoftekort en is compleet na 6 tot 12 uur. Op de plaats waar de hartspier afsterft, ontstaat een litteken.
Kenmerken van een hartinfarct
Kenmerken van een hartinfarct zijn:
- hevige, drukkende pijn op de borst, vaak uitstralend naar armen, rug, nek, kaken of buik
- angst
- koude, klamme ledematen
- polsfrequentie- en bloeddrukveranderingen
- bewegingsdrang
- bleekheid
- misselijkheid en braken
- koorts
Hartfilmpje: diagnostiek in de ambulance
Met de ambulancedienst zijn afspraken gemaakt om bij pijn op de borst meteen in de ambulance een hartfilmpje (ECG, elektro-cardiogram) te maken. Zijn er aanwijzingen voor een belangrijk hartinfarct, dan wordt meteen contact opgenomen met de interventiecardioloog om het afgesloten vat zo snel mogelijk open te maken door het te dotteren. Daardoor wordt de beschadiging van de hartspier beperkt.
Hoe ernstig is een hartinfarct?
De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte van het aangetaste deel hartweefsel, maar ook van de plaats ervan. Ieder infarct is daarom anders. Het gebied dat na een hartinfarct beschadigd is, verliest zijn pompkracht. Wanneer daardoor te weinig bloed het lichaam in wordt gepompt spreekt men van hartfalen. Tachtig procent van het hartfalen ontstaat door één of meerdere littekens van hartinfarcten.