Per jaar komen er in Nederland 2,1 miljoen sportblessures voor. In meer dan de helft van de gevallen is medische behandeling nodig van een sportmasseur, fysiotherapeut, huisarts of specialist. Dat levert niet alleen pijn en ongemak voor de sporter op, maar ook veel kosten. Inclusief de kosten van werkverzuim gaat het om honderden miljoenen euro’s per jaar. Een heel belangrijke taak van de sportarts is blessures helpen voorkomen.
Oorzaken
Behandeling
Voorkomen

Oorzaken
Grofweg zijn er twee soorten oorzaken, namelijk persoonsgebonden factoren en omgevingsgebonden factoren.
Persoonsgebonden factoren
-
Een lichamelijke afwijking.
-
Beperkte fitheid: uithoudingsvermogen, kracht, snelheid, techniek, lenigheid.
-
Psychische factoren: concentratie, agressie, risico nemen.
-
Lichaamsbouw: lengte, gewicht, vetpercentage, X‑benen, O‑benen, instabiele gewrichten.
-
Leeftijd.
-
Geslacht.
Omgevingsgebonden factoren
-
De specifieke eigenschappen van een sport: contact bij voetbal, of overbelasting bij hardlopen.
-
Sportaccommodatie: de kwaliteit van sportveld of sportzaal.
-
Sportmateriaal: schoeisel, tennisracket, racefiets.
-
Weersomstandigheden: warm, koud, regen, vorst, net gedooid.
-
Trainer: trainingsopbouw, warming-up, organisatie van een training.
De omgevingsfactoren bepalen hoe zwaar een sporter belast wordt, en de persoonsgebonden factoren hoe zwaar hij of zij belast kan worden. Als het goed is zijn belasting en belastbaarheid in evenwicht. Wordt dit evenwicht verstoord, dan ontstaat een blessure. Bij blessurepreventie is het de kunst om de belastbaarheid zo groot mogelijk te maken en de belasting niet te hoog.
Behandeling
De behandeling van blessures is mogelijk op drie niveaus:
- Een blessure voorkomen (primaire preventie).
- Een blessure zo goed mogelijk behandelen (secundaire preventie), om blijvende beschadiging te voorkomen.
- Een blessure zo goed mogelijk nabehandelen om herhaling te voorkomen (tertiaire preventie).
U kunt zelf een aantal dingen doen om de kans op blessures te verkleinen.
-
-
Warming‑up en cooling‑down.
-
Rekoefeningen.
-
Revalidatie (goed herstel na een blessure, spieren weer op kracht brengen).
-
Ondersteuning van een verzwakt gewricht met tape (vooral enkels).
-
Schoeisel aanpassen aan ondergrond.
-
Voorlichting, door clubarts, clubfysiotherapeut, verzorger of door de sportarts, en goede trainerscursussen.
-
Voldoende EHBO‑materiaal op de sportaccommodatie (zoals ijs, zwachtels, watten, pleisters) en snel waarschuwen van huisarts of ambulance bij een ernstig ongeval.