Ritmestoornissen

Als het hart te langzaam, te snel of onregelmatig klopt, spreekt men van een ritmestoornis. Als het hart te traag klopt of de boezems en kamers niet in de juiste volgorde samentrekken, spreekt men van een geleidingsstoornis. In dat geval wordt de ‘voortgeleiding’ van een hartslag ergens in het hart opgehouden, wat tot een hapering of onderbreking leidt.
 

Kenmerken van ritmestoornissen

Kenmerken van een ritmestoornis zijn:
 

  • hartkloppingen of een bonzend hart
  • (aanvalsgewijze) pijn op de borst, druk, een beklemmend of benauwd gevoel
  • transpireren, misselijkheid
  • angst, kortademigheid, hyperventilatie
  • licht gevoel in het hoofd, duizeligheid, 'zwart' voor de ogen

 

Wat veroorzaakt een ritmestoornis?

Een ritmestoornis kan vele oorzaken hebben:
 

  • reactie op bepaalde stoffen, zoals veel alcohol of koffie drinken, roken en drugsgebruik
  • hartinfarct of kransslagaderverstopping
  • hartklepafwijking
  • te snel werkende schildklier
  • ziekte van de hartspier (= cardiomyopathie)
  • hormonale veranderingen
  • ouderdom (3 van de 4 mensen ouder dan 65 jaar kunnen ritmestoornissen krijgen bij het 'gewone' ouder worden)

 

Onderzoek naar de aard van de ritmestoornis

In het ziekenhuis wordt onderzocht om wat voor ritmestoornis het gaat. Daarbij zijn de volgende vragen belangrijk:

 

  • slaat het hart te langzaam of te snel?
  • is het ritme regelmatig of onregelmatig?
  • heeft iemand de ritmestoornis voortdurend of bij perioden, in aanvallen?
  • wordt iemand duizelig of heeft hij of zij de neiging weg te raken tijdens de ritmestoornis?
  • gaat de ritmestoornis gepaard met kortademigheid of pijn op de borst?  
     

Behandelen van de ritmestoornis

Als de ritmestoornis gevonden is, wordt de beste behandeling gekozen. Deze behandeling kan bestaan uit leefregels met medicijnen. Andere patiënten zijn geholpen met ablatiebehandelingencardioversie of een pacemaker of defibrillator (ICD). Ablatie is een techniek waarbij met behulp van een speciale katheter met opzet hartweefsel wordt beschadigd. Bij cardioversie wordt geprobeerd het verstoorde hartritme te herstellen met een uitwendig toegediende elektrische schok. De pacemaker en defibrillator zijn kleine apparaten die net onder het sleutelbeen worden ingebracht onder de huid en door middel van draden in verbinding staan met het hart en het hartritme kunnen beïnvloeden.
 

Leven met hartritmestoornissen

Ritmestoornissen kunnen vervelend, maar vaak ook onschuldig zijn. Vaak gaat een aanval na een paar uur vanzelf over. Sommige mensen zullen altijd met een onregelmatige hartslag moeten leren leven. Andere hebben regelmatig 'extra slagen'. Dit alles hoeft geen probleem te zijn. Belangrijk is dat u weet hoe ernstig uw ritmestoornis is en hoe u er mee om moet gaan. Daarom is het van belang dat u dit goed met uw cardioloog bespreekt.
 

 
  

Zie ook

Afdelingen & Specialismen

Onderzoeken & Behandelingen

Folders