Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
Zorgplan Malletvinger niet operatieve behandeling
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Zorgplan Malletvinger niet operatieve behandeling

Inleiding
Bij u is een malletvinger geconstateerd. Uw behandelend arts heeft dit met u besproken. In deze folder leest u meer over de mallet vinger en de behandeling daarvan met een mallet spalk.

Wat is een malletvinger?
Bij een malletvinger is de strekpees van het laatste vingerkootje afgescheurd. Daardoor blijft uw vingertop krom staan. Soms is alleen het peesje afgescheurd, soms is ook een klein botstukje losgescheurd van het vingerkootje.

Hoe ontstaat een malletvinger?
Een malletvinger wordt meestal veroorzaakt door een extreme buiging van het eindkootje tijdens stoten of vallen. Bijvoorbeeld bij het bed opmaken. Hierdoor scheurt de strekpees af van zijn aanhechtingsplaats aan de basis van het eindkootje.

Behandeling
Een operatie is meestal niet nodig. U krijgt gedurende een langere periode een spalkje. De mallet vinger kan goed behandeld worden met een zogeheten Mallet spalkje.

Het spalkje zorgt ervoor dat uw vingertop constant gestrekt blijft, gedurende 8 weken. Daardoor kan de afgescheurde strekpees (en eventueel het botfragment) weer vastgroeien. Het tweede gewricht van uw vinger blijft vrij, zodat u de vinger nog wel goed kunt buigen en strekken.

LET OP: De vingertop van de aangedane vinger mag u absoluut niet buigen.

Gebeurt dit wel, dan is de genezing verstoord en begint de behandeling weer van voor af aan.

De behandeling van een malletvinger is een lang traject. U draagt het spalkje 8 weken dag en nacht (ook tijdens het douchen). Daarna mag u geleidelijk aan meer oefenen en draagt u het spalkje nog 4 weken gedurende de nacht.

Behandelteam “malletvinger”
De specialist bespreekt met u de diagnose, de meest geschikte behandelvorm en de momenten voor een controleafspraak met u. In overleg met u, wordt de meest geschikte behandelaar gekozen die u kan begeleiden. Dit is in de meeste gevallen een handtherapeut in uw eigen woonomgeving. Er kan ook worden gekozen voor behandeling/begeleiding door uw specialist en de gipsverbandmeester in het ziekenhuis.

Behandeltraject

Week 1-2
De gipsverbandmeester maakt een op maat gemaakt mallet spalkje voor uw vinger. Met smalle tape wordt dat op uw vinger bevestigd, zodanig dat uw tweede vingergewricht vrij is om te buigen en te strekken.
De volgende afspraken worden met u gemaakt:

  • U draagt de spalk altijd (dus 24 uur per dag!).
  • U mag deze niet af doen.
  • De vinger mag niet nat worden. Douchen met plastic zak om. 
  • Hou uw hand hoog de eerste dagen, uw vinger kan, als gevolg van de verwonding, gaan zwellen. Uw vingertop kan dan bekneld raken.
  • U mag de hand niet zwaar belasten. Draag dus geen krat, maar een kopje kan wel.
  • Hou uw overige gewrichten in de vinger en de andere vingers zo soepel mogelijk.
  • Neem bij eventuele problemen met de spalk, contact op met uw gipsverbandmeester.
  • U wordt eventueel verwezen naar de handtherapeut voor oefentherapie

Week 3-8
Zo nodig controle bij de gipsverbandmeester, deze zal het spalkje vervangen indien het te wijd is geworden of niet meer voldoet.

Verzorging van de vinger en malletspalk
De verzorging van de vinger en malletspalk gebeurt bij voorkeur door uw behandelaar. In overleg is het ook mogelijk om de spalk zelf te verzorgen. Doe dit echter heel voorzichtig en buig daarbij niet het topje van de vinger. Als u dit wel doet, dan gaat al het bereikte herstel verloren.
Wij raden u daarom het volgende aan:

  • Als het kan, vraag hulp bij de verzorging.
  • Neem de tijd.
  • Doe deze handeling zo min mogelijk in verband met het risico op complicaties.

De verzorging van het spalkje gaat als volgt:
1. U legt uw vinger stevig op tafel.
2. Schuif het spalkje van uw vinger. Blijf daarbij uw vinger stevig op de tafel drukken, zodat deze niet buigt. Uw vinger kan nu drogen. Controleer intussen de bovenkant van uw vinger op drukplekken, wondjes of blaren.
3. Laat ondertussen een ander het spalkje goed schoon maken en droog fohnen.
4. Schuif het spalkje weer voorzichtig aan. Til hierbij uw vingertop niet op van de tafel!
5. Het spalkje zet u of liever uw hulp weer vast met elastische tape, tweede plooi vrijlatend.

Week 9
Uw behandelaar beoordeelt of de pees weer goed is aangehecht, indien dat zo is dan start u , in overleg, voorzichtig met oefenen zonder spalk. Is de pees nog niet voldoende geheeld (de vinger zakt vanzelf weer naar beneden), dan wordt de (spalk)periode verlengd.

  • De spalk mag alleen af tijdens het oefenen, 6 keer per dag of iedere 2 uur.
  • Heeft u tijdens het oefenen het gevoel dat de vinger minder goed strekt? Doe dan de spalk meteen weer om.
  • Het is belangrijk dat u de oefeningen ontspannen uitvoert.
  • Krijgt u pijn tijdens of na het oefenen en blijft de pijn langer dan een half uur bestaan? Oefen dan wat minder intensief.
  • Masseer de bovenkant (dorsum) van uw vingertop onder de nagel een minuut lang, de hand daarbij plat liggend op tafel. Hierdoor gaat u verklevingen tegen en zal de vinger sneller soepel zijn.

Oefeningen in week 9
Let op: Deze oefeningen gebruikt u, tenzij uw zorgverlener iets anders met u afspreekt.
Bij deze oefening gebruikt u een grote frisdrankfles.

  • Buig uw hand rustig om de fles, zodat het topje van uw vinger ook buigt, maximaal 30 graden.
  • Houd deze gebogen stand 5 tellen vast. U voelt mogelijk lichte rek aan de bovenkant van de vinger. Dat is normaal.
  • Hierna strekt u uw hand weer. Ook deze strekstand houdt u 5 tellen vast. Let erop dat uw vinger weer mooi recht wordt. Uw vinger kan wat moe aanvoelen.
  • Dit herhaalt u 10 tot 15 keer, hierna doet u het spalkje weer om.
  • Maak met het spalkje om, een lichte vuist, 10 tot 15 keer. 

Week 10
Het dragen van de spalk wordt overdag langzaam afgebouwd. Anders kan het gebeuren dat u te snel gaat en dan kan de pees weer afscheuren of in een verkeerde (verlengde) stand genezen.

  • U blijft de spalk altijd gedurende de nacht dragen, en bij potentieel “kritieke/ gevaarlijke” activiteiten.
  • Masseer de bovenkant (dorsum) van uw vingertop onder de nagel een minuut lang, de hand daarbij plat liggend op tafel, en dit 6 keer per dag of iedere 2 uur.

Oefeningen in week 10
Let op: Deze oefeningen gebruikt u, tenzij uw zorgverlener iets anders met u afspreekt. Bij deze oefening gebruikt u een vol bierflesje.

  • Zie week 9, maximaal 45 graden.
  • Actief licht belasten: optillen van lichte, brede grote voorwerpen over kleine afstand

Week 11, en verder
U mag uw hand langzaamaan steeds meer belasten. Het afbouwen van de spalk gaat verder in overleg met uw behandelaar.
Let op: Deze oefeningen gebruikt u, tenzij uw zorgverlener iets anders met u afspreekt.

  • Laat zonder beperking, actief & onbelast, volledige buiging toe tot vuist.
  • Maak geen plotselinge knijpbewegingen.
  • Actieve oefeningen, in toenemende mate bij algemene dagelijkse bezigheden, beroep en spel.

Na ongeveer 12 weken kunt u uw hand weer volledig gebruiken.

Mogelijke complicaties tijdens de behandeling
Het kan voorkomen dat tijdens de oefenperiode het topje toch weer gaat hangen. Dan zal in eerste instantie worden besloten om de spalk weer continue te gaan dragen voor een periode van 6 tot 8 weken. Indien u de juiste spalk heeft en u zich goed houdt aan de instructies, dan gaat de pees genezen in de juiste stand.

U neemt contact op met de handtherapeut/ gipsverbandmeester als:

  • Uw huid onder de spalk kapot gaat of erg week wordt;
  • Het herstel niet gaat zoals in deze folder beschreven staat;
  • Bij toenemende pijn;
  • Het spalkje te wijd wordt;
  • De vinger knelt, of een kloppend gevoel heeft;
  • Uw spalkje kapot is.

Heeft u nog vragen?
Heeft u nog vragen na het lezen van deze folder, dan kunt u contact opnemen met uw handtherapeut/gipsverbandmeester.

Uw handtherapeut is bereikbaar op werkdagen op telefoonnummer:
De gipsverbandmeester is bereikbaar op werkdagen tussen 8.15 en 17.00 uur, op telefoonnummer:

  • Locatie Molengracht:
    T: (076) 595 40 69
  • Locatie Pasteurlaan:
    T: (0162) 32 73 69

Meer lezen over de gipskamer van Amphia?

Ga naar afdeling Gipskamer