Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
Verwijderen van amandelen bij kinderen
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Verwijderen van amandelen bij kinderen

Verwijderen van de neus– en/of keelamandelen

Bij kinderen

Inleiding
U heeft deze folder ontvangen omdat uw kind binnenkort een KNO-ingreep ondergaat. Bij uw zoon of dochter gaat de KNO-arts de neus– en/of keelamandelen verwijderen. Meestal wordt uw kind daarvoor een dag opgenomen.

U heeft al gehoord wat de operatie inhoudt. In dit boekje kunt u de belangrijkste informatie nog eens nalezen. Als u uw kind met behulp van dit boekje op de operatie voorbereidt, dan weet het wat er komen gaat (waar kom ik terecht, wat gaat er gebeuren en met wie krijg ik te maken?). Ook vindt u op de kinderwebsite van het Amphia Ziekenhuis diverse fotoverhalen om uw kind kennis te laten maken met het ziekenhuis: www.amphia.nl/kinderen. Tot slot heeft u bij de afdeling Opname een folder over de kinderafdeling van het ziekenhuis ontvangen.

Heeft u na het lezen van de brochures nog vragen over het verblijf op de kinderafdeling? Bel dan naar de locatie waar uw kind wordt opgenomen. Heeft u vragen over de behandeling of de operatie? Neem dan contact op met de polikliniek KNO. Een overzicht van belangrijke telefoonnummers vindt u achter in de brochure.

Belangrijk
Lees dit boekje en neem het mee als u met uw kind voor de opname komt. Er staat belangrijke informatie in over de operatie. Ook staan er adviezen in die na de ingreep belangrijk zijn.

1. Amandelen en hun functie
Het lichaam bezit een uitgebreid systeem om infecties te bestrijden, het zogenaamde lymfkliersysteem. De overgang van mond en neus naar de keel bevat, als een soort ring, veel lymfklierweefsel. Dit weefsel vangt zoveel mogelijk binnendringende ziekteverwekkers op en maakt ze onschadelijk. Deze ring van lymfklierweefsel bevindt zich op drie plaatsen:

  • In de neus-keelholte
    ​Dit is de ruimte achter de neus, boven het zachte verhemelte. Het verdikte lymfklierweefsel in het dak van de neus-keelholte, wordt neusamandel (adenoid) genoemd. Deze is vooral bij jonge kinderen aanwezig; vanaf het achtste levensjaar neemt de neusamandel in grootte af.
    • Bij uitzondering kan zo'n neusamandel blijven bestaan op volwassen leeftijd.
  • In de keel
    De keelamandelen (tonsillen) zijn zichtbaar als knobbels links en rechts achter in de keel. De huig, het aanhangsel van het zachte gehemelte, hangt midden tussen de keelamandelen.
  • Achter op de tong
    Dit deel wordt de tongamandel genoemd. Hij gaat aan de zijkanten van de tong, over in de keelamandelen. De tongamandel geeft slechts zelden klachten.

Een eventuele verwijdering van de amandelen heeft geen merkbaar gevolg bij het bestrijden van infecties. De amandelen vormen slechts een klein gedeelte van het totale lymfkliersysteem van het gehele lichaam. Bovendien bevindt zich in de mond-keelholte ook lymfklierweefsel in het slijmvlies van het zachte verhemelte en in de zij- en achterwand van de keel. Hierdoor blijft na verwijdering van de amandelen nog voldoende afweerfunctie over.

Mogelijke klachten
Wanneer de amandelen de hoeveelheid binnendringende ziekteverwekkers niet meer aankunnen, raken ze ontstoken. Hierbij treedt in het algemeen een forse zwelling van de betrokken amandelen op. Is dit het geval bij de neusamandel, dan kan dit leiden tot een voortdurende of telkens optredende verkoudheid met een vieze neus. Andere klachten kunnen zijn: slecht slapen, snurken, veel door de mond ademen of herhaalde oorontstekingen.

Wanneer het speciaal de keelamandelen betreft dan bestaan de klachten in het algemeen uit herhaalde perioden van keelpijn met slikklachten en temperatuurverhoging. De keelamandelen kunnen ook voortdurend in een meer of minder ontstoken toestand verkeren. In dat geval treden klachten van moeheid, hangerigheid, afgenomen eetlust en slechte adem meer op de voorgrond. Zeer grote keelamandelen kunnen zelfs de ademhaling enigszins belemmeren, wat nachtelijke onrust met onregelmatig snurken tot gevolg kan hebben.

Wanneer opereren?
De beslissing om de amandelen te verwijderen is afhankelijk van verschillende factoren:

  • De ernst van de klachten.
  • De frequentie van de klachten.
  • De mate waarin het lukt om de klachten met medicijnen als pijnstillers en/of antibiotica te bestrijden. Als dit onvoldoende lukt of als er te vaak medicijnen moeten worden gebruikt, kan het verstandig zijn om de amandelen weg te laten halen.
  • De leeftijd van het kind. Hoe jonger een kind is, hoe terughoudender de KNO-arts zal zijn. Een absolute leeftijdsgrens is er echter niet, de ernst van de klachten is en blijft de belangrijkste factor.

2. Verwijderen neus– en/of keelamandelen
Het soort klachten bepaalt of alleen de neusamandel of zowel de neus– als keelamandelen worden verwijderd. Een neusamandel kan niet volledig verwijderd worden. Alleen het middelste, meeste verdikte gedeelte wordt weggehaald. De neusamandel kan vanuit de randen aangroeien en soms na verloop van tijd weer klachten geven. De keelamandelen kunnen in principe wel volledig worden weggehaald, soms groeit er echter vanaf de tongamandel nog een restje uit.

3. Wat vertelt u wel en wat niet?
Het is het beste dat u zelf vertelt dat uw kind naar het ziekenhuis moet en waarom. Wees eerlijk. Het is belangrijk voor uw kind om te weten dat het maar tijdelijk is en na afloop weer naar huis mag. Wat u uw zoon of dochter kunt vertellen, is afhankelijk van de leeftijd maar ook van het type kind. Het ene kind heeft meer behoefte aan uitleg dan het ander. U kent uw kind zelf het beste.

Duidelijk zijn
Wij raden u aan op de volgende punten heel duidelijk te zijn:

  • waarom uw zoon of dochter naar het ziekenhuis gaat;
  • wanneer u bij uw kind zult zijn (namelijk bij de inleiding van de narcose en na afloop van de ingreep);
  • dat de dokters en verpleegkundigen op de operatiekamer blauwe pakken, handschoenen, mutsen en monddoekjes dragen;
  • dat jonge kinderen over het algemeen een narcosekapje krijgen. Uw kind ademt door een masker (kapje) een mengsel van zuurstof en verdovingsmiddel in;
  • dat in sommige gevallen uw kind (net als bij volwassenen) een infuusslangetje krijgt ingebracht. Meestal wanneer uw kind al wat ouder is. Door het slangetje spuit de anesthesioloog de verdovings vloeistof;
  • dat uw kind verdovende zalf op de arm krijgt wanneer het een infuusnaaldje krijgt ingebracht;
  • dat de verpleging zoveel mogelijk rekening houdt met de wensen van uw kind met betrekking tot een kapje of een prikje.
  • dat uw kind bij het wakker worden pijn kan hebben, misselijk kan zijn en slaperig is;
  • dat uw kind zodra het goed wakker is weer terugkomt op de afdeling.

Opnametijden
Bij opname om 7.00 uur kan uw kind in de regel rond 11.00 uur naar huis als alleen de neusamandel wordt verwijderd. Wordt uw kind om 11.45 uur opgenomen, dan is dit rond 15.00 uur. Als de keelamandelen worden verwijderd, wordt uw kind in de regel om 7.00 uur opgenomen en mag het om 14.00 uur naar huis.

4. Voorbereiding op de operatie

  • Tijdens het spreekuur is met u besproken welke ingreep precies bij uw kind plaatsvindt. Dit is ook vastgelegd in het dossier van uw kind. Wanneer u om bepaalde redenen wilt dat de arts afwijkt van dit eerder genomen besluit, maakt u dan een afspraak voor het (telefonisch) spreekuur op de polikliniek KNO.
  • Wanneer de neus- en / of keelamandelen zijn verwijderd heeft uw kind een wond in de neus of de keel. Deze wond is niet gehecht waardoor tot ongeveer een week na de operatie de kans op een nabloeding bestaat. Wanneer er in uw familie bloedstolling- stoornissen of bloedziekten voorkomen, kan de kans op een nabloeding en daarmee het risico voor uw kind groter zijn.
  • Het is dus belangrijk dat u deze informatie aan uw KNO-arts doorgeeft, voordat de operatie bij uw kind plaatsvindt.

1. Antistolling rond ingrepen: Gebruikt uw kind bloedverdunners? Als uw kind bloedverdunners (antistollingsmedicatie) gebruikt, meld dit dan aan uw behandelend arts. Hij/zij bespreekt met u of en wanneer uw kind moet stoppen met deze medicatie.

2. Tromboseprofylaxe: Om de kans op trombose (ongewenst bloedstolsel in een bloedvat) te verlagen krijgt uw kind in sommige gevallen gedurende en/of na de opname een spuitje met bloedverdunner toegediend die de stolling van het bloed vermindert of vertraagt. Indien dit voor u van toepassing is zal uw behandelend arts dit met u bespreken.

  • Neem meteen telefonisch contact op met de polikliniek KNO (buiten kantooruren met de kinderunit) wanneer uw kind:
    • ziek is: bij koorts boven de 38,5°C, hoesten met slijm en algeheel ziek zijn;
    • het korter dan drie weken voor de opname een kinderziekte heeft gehad zoals waterpokken, bof, rode hond, mazelen of kinkhoest. Het is dan verstandig om de operatie uit te stellen;
    • het korter dan drie weken contact heeft gehad met kinderen die een kinderziekte hadden;
    • op een varkenshouderij woont;
    • de afgelopen twee maanden in een buitenlands ziekenhuis heeft gelegen.

Het is mogelijk dat de operatie hierdoor uitgesteld moet worden.

5. Dag van opname
Op de dag van de opname meldt u zich op de afgesproken tijd en locatie met uw kind bij de receptie van het Amphia Ziekenhuis. Een verpleegkundige haalt u op of de receptionist(e) wijst u de weg naar de kinderafdeling. Op de afdeling krijgt uw kind zijn kamer en bed zien. Daarna neemt de verpleging de vragenlijst met u door, die u tegelijk met dit boekje heeft gekregen.

Wij verzoeken u deze lijst thuis al in te vullen en mee te nemen op de dag van opname.
Eenmaal op de afdeling vertelt de verpleegkundige hoe de dag er voor u en uw kind uit zal zien:

  • Temperaturen van uw kind. Het opnemen van de temperatuur gebeurt met een oorthermometer.
  • Uw kind krijgt een armbandje om met zijn/haar naam erop. Bovendien krijgt het een paracetamol zetpil (deze mag u zelf bij uw kind inbrengen) of een smelttablet. De zetpil zorgt er voor dat uw kind na de ingreep minder pijn heeft. Kinderen mogen een onderbroek/luier, hemd/ rompertje en hun sokken aanhouden. Hierover krijgen ze een operatiehemdje.
  • Aan de hand van een filmpje bereidt een verpleegkundige uw kind verder voor. Ze toont ook het narcosekapje. Als uw kind narcose krijgt via een infuus en daarvoor een prikje krijgt, dan brengt de verpleegkundige verdovingszalf aan op twee plaatsen op de arm. Daarna mag uw zoon of dochter nog even spelen.

Wat moet u meenemen?
Voor uw kind:

  • een knuffeldier of speentje;
  • wat vertrouwd speelgoed en/of een leesboek;
  • pyjama of nachthemd, sokken, slippers of pantoffels;
  • schoon ondergoed of luiers;
  • eigen beker of flesje;
  • dieetvoorschriften en medicijnen, als uw kind die gebruikt;
  • een elastiek en/of haarspeldjes. Draag lang haar in een staart of vlecht en zorg dat het haar uit het gezicht is.

Voor uzelf:

  • gezien de duur van de opname kunt u voor u zelf iets te eten meenemen.
  • koffie en thee zijn verkrijgbaar op de afdeling.
  • u kunt eventueel wat reservekleding meenemen. Daarnaast een boek of iets anders om de tijd te overbruggen.
  • neem geen waardevolle spullen mee; het ziekenhuis sluit aansprakelijkheid voor diefstal of zoekraken van uw eigendommen uit.
  • een mobiele telefoon mag op de kinderafdeling gebruikt worden, maar wij vragen u wel het telefoneren te beperken om rust op de afdeling te bewaren.

Bij uw kind blijven
Het is prettig voor uw kind als er een vertrouwd persoon in de buurt is. Ouders zien wij daarom niet als bezoek. U kunt dan ook de gehele dag bij uw zoon of dochter blijven. Verder bezoek is niet mogelijk. Het is niet mogelijk om broertjes en/of zusjes mee te nemen.

6. Na de operatie
Bij terugkomst op de kinderunit kan uw zoon of dochter nog slaperig, verdrietig of misselijk zijn. Uw aanwezigheid is voor uw kind heel belangrijk. U mag zoveel mogelijk zelf voor uw kind zorgen. Wanneer de neus- en/of keelamandelen zijn verwijderd:

  • kan uw kind oud bloed spugen, dit is donker van kleur. Uw kind zal ook pijn hebben.
  • neemt de verpleegkundige (nogmaals) de temperatuur op. Er kan als reactie op de ingreep een temperatuurverhoging optreden. Dit is niet alarmerend.
  • krijgt uw kind roosvicee of ranja met ijs. Het is heel belangrijk dat uw kind goed drinkt, ondanks de keelpijn. Een verpleegkundige zal hierop toezien. De koude van het ijs en het drinken helpen een nabloeding voorkomen en geeft verlichting van de pijn. Bovendien is drinken goed tegen temperatuurverhoging. Stimuleer uw kind daar om goed te drinken.

Pijnbehandeling na de operatie
Pijn is een onplezierige en emotionele ervaring. Kinderen kunnen daar, mede afhankelijk van leeftijd en hun ervaring, verschillend op reageren.

Daarom zijn verpleegkundigen die de pijnmeting bij kinderen uitvoeren geschoold in verschillende methoden van pijnmeting die bij de leeftijd en de situatie van uw kind passen. De verpleegkundige bespreekt de wijze van pijnbeoordeling met u en uw kind.

Naar huis
U spreekt de KNO arts op de uitslaapkamer/kinderkamer na de operatie.

Weer thuis
Na de operatie heeft uw kind, vooral wanneer de keelamandelen zijn verwijderd, pijn in de keel. Vaak heeft het nog wat oud bloed in de neus en in de mond. Veel koud drinken (zonder prik) is erg belangrijk. Meestal is hiervoor wat extra aansporing nodig. Er bestaat altijd een kans op nabloeden, vooral de eerste 24 uur na de operatie. Mocht uw kind veel helderrood bloed opgeven, neemt u dan contact op met de polikliniek KNO of buiten kantooruren met de Meldpost Verwezen Patiënten. Ons advies is om uw kind de eerste nacht bij u in bed te nemen of bij uw kind op de kamer te slapen. Maak uw kind minimaal één keer wakker om het te laten drinken.

Zorg ervoor dat u thuis ijsjes en paracetamol in huis heeft.

De eerste paar dagen
De eerste paar dagen na de operatie zal uw kind zich nog wel wat ziek voelen. Vooral het eten en praten kan pijnlijk zijn. Houd de eerste dagen rekening met het volgende:

  • probeer zo snel mogelijk de normale voeding weer aan te bieden.
  • zorg er met name voor dat uw kind voldoende vocht binnen krijgt. Waterijsjes en koude dranken (zonder prik) helpen hierbij.
  • Leg zo nodig koude kompressen tegen de keel. Houd uw kind de twee daaropvolgende dagen nog binnen en laat het zoveel mogelijk rusten.
  • Uw kind mag niet in de zon bij warm weer.
  • De pijn, die kan uitstralen naar de oren, is goed te bestrijden met paracetamol zetpillen en eventueel diclofenac.
  • Geef uw kind 4 dagen paracetamol volgens het schema dat de verpleegkundige heeft meegegeven. Dit geldt ook voor de diclofenac. Daarna zonodig volgens gebruiksaanwijzing op de verpakking.
  • Meet gedurende enkele dagen de temperatuur van uw kind op. Bij temperatuur boven 38,5°C neemt u contact op met de polikliniek KNO. Een temperatuur tot 38,5°C en twee witte wondvlekken in de keel zijn normaal.
  • Bruin ‘bloed’ spugen en/of zwarte ontlasting is niet erg.
  • Wanneer uw kind zich goed voelt en koortsvrij is, mogen de normale activiteiten langzamerhand weer worden hervat. Uw kind kan ongeveer één week na de ingreep weer naar school, de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf.
  • Na twee weken mag uw kind weer zwemmen en sporten.
  • In principe hoeft uw kind niet op controle te komen. Tenzij de arts dit aangeeft of als de klachten aanhouden.

Als alleen de neusamandelen verwijderd zijn, gelden andere richtlijnen:

  • Wanneer uw kind zich goed voelt en koortsvrij is mag uw kind de tweede dag na de operatie weer naar buiten.
  • Het kan dan ook weer naar school, de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf.

Weer wennen thuis
Vaak kan uw kind door de operatie of het verblijf in het ziekenhuis geschrokken zijn. Het gaat zich dan anders gedragen.

  • De eerste tijd kan uw zoon of dochter angstig of moeilijk zijn.
  • Misschien loopt uw kind opeens de hele dag achter u aan.
  • Het wil zich afzonderen en wil niet meer over het ziekenhuis praten.
  • Het kan zijn dat een kind 's nachts weer in bed plast of gaat huilen als u hem of haar in bed legt.

Deze reacties gaan meestal snel over als u uw kind de kans geeft om af te reageren. Praat samen veel over het ziekenhuis en speel eens na wat er gebeurd is. Of laat uw kind een tekening maken van het ziekenhuis. Geef uw kind alle aandacht zoals u passend vindt bij uw manier van opvoeden. Toon begrip en geduld en dreig niet met verwijzingen naar het ziekenhuis. Uw kind kan hierdoor angstig worden voor een opname of polikliniekbezoek in het ziekenhuis. Maakt u zich zorgen of zijn er problemen, neem dan contact op met uw huisarts of de kinderafdeling. U kunt zich ook wenden tot de vereniging Kind en Ziekenhuis: www.kindenziekenhuis.nl.

Let op nabloeding
Er bestaat altijd een kans op nabloeden, vooral de eerste 24 uur na de operatie. Mocht uw kind veel helderrood bloed opgeven, dan dient u contact op te nemen met de polikliniek KNO of buiten kantooruren met de Meldpost Verwezen Patiënten.

7. Telefoonnummers

Locatie Langedijk     
Polikliniek KNO   (076) 595 10 10
Meldpost Verwezen Patiënten   (076) 595 28 00
Kinderunit 2   (076) 595 27 01
Afdeling Opname voor info over opnamedatum (tussen 13.30-15.30 uur)   (076) 595 10 84
Pedagogische zorg (tussen 9.00-10.00 uur)   (076) 595 13 21
      
Locatie Pasteurlaan    
Polikliniek KNO   (0162) 32 74 35
Meldpost Verwezen Patiënten   (076) 595 28 00
Kinderunit 2   (0162) 32 75 94
Afdeling Opname voor info over opnamedatum   (076) 595 10 84
Pedagogische zorg (tussen 9.00-15.00 uur)   (0162) 32 75 94

 

Meer lezen over keel-, neus- en oorheelkunde bij Amphia?

Ga naar afdeling KNO (Keel-, Neus- en Oorheelkunde)