Header afbeelding

Incontinentie

De bekkenbodem bestaat uit spierbundels en bindweefsel die de onderkant van het bekken afsluiten. Hiermee worden meerdere organen ondersteund. De sluitspier in de bekkenbodem zorgt voor gecontroleerde uitscheiding van urine en ontlasting. Ook heeft de bekkenbodem een functie in geslachtsgemeenschap, zwangerschap en bevalling. Als de bekkenbodem niet goed meer functioneert kunnen klachten optreden, zoals verschillende soorten incontinentie.

Incontinentie is het ongewild verliezen van urine en/of ontlasting. Dit komt zowel bij mannen als vrouwen voor. Bij vrouwen is er vaak een verband met een gynaecologisch probleem, zoals verzakkingsklachten of ontlastingsproblemen. Daarom bezoeken zij de uroloog én de gynaecoloog tijdens het bekkenbodemspreekuur. Bij mannen wordt urine incontinentie veroorzaakt door plasklachten, of als gevolg van een laparoscopische prostaatverwijdering.  

De uroloog verricht eerst onderzoek. Dit kan bestaan uit: 

  • urineonderzoek; 
  • urodynamisch onderzoek; 
  • cystoscopie; 
  • controleren van een plasdagboek (mictiedagboek); 
  • doornemen van een incontinentievragenlijst. 
De behandeling kan bestaan uit: 
  • advisering door de continentieverpleegkundige; 
  • incontinentiemateriaal; 
  • medicijnen; 
  • bekkenbodemfysiotherapie; 
  • plaatsing van een incontinentiebandje.

Aandrangincontinentie

Aandrangincontinentie betekent ongewild urineverlies bij aandrang. Dit wordt ook wel urge-incontinentie of een overactieve blaas genoemd. Vrouwen die hier last van hebben, ervaren een niet te onderdrukken aandrang, waarbij zij direct naar het toilet moeten rennen. Soms zijn ze net te laat en verliezen dan urine. De meeste vrouwen met een overactieve blaas moeten heel vaak plassen en de hoeveelheid van de plasjes is kleiner dan normaal. 

Deze vorm van incontinentie komt bij alle leeftijden voor en kan lichamelijke of psychische oorzaken hebben. De meest voorkomende lichamelijke oorzaak is een infectie van de blaas of de urinewegen. Gevoelszenuwen raken dan te veel geprikkeld. Het gevolg is dat iemand steeds aandrang voelt om naar het toilet te gaan. Het urineverlies gaat in kleine beetjes en de urinelozing kan pijnlijk zijn. Bij ouderen is een zenuwaandoening de meest voorkomende oorzaak van een overactieve blaas. Maar meestal is de oorzaak onduidelijk. 


Onderzoek 

  • De arts stelt de diagnose aan de hand van een gesprek en een inwendig lichamelijk onderzoek. 
  • Voor uw polikliniekbezoek stuurt u een vragenlijst en een plaslijst (mictielijst) op. 
  • Een blaasontsteking kan eventuele plasproblemen veroorzaken. Urineonderzoek is nodig om dit uit te sluiten. 
  • De uroloog zal ook een cystoscopie verrichten. 
  • Uitgebreider aanvullend onderzoek kan nodig zijn, zoals een urodynamisch onderzoek of een flowmeting. 

Mogelijke behandelingen 

  • De behandeling van een overactieve blaas bestaat vaak uit medicatie.
  • U kunt zelf bepaalde leefregels opvolgen en hulpmiddelen gebruiken.
  • De bekkenfysiotherapeut kan u door oefeningen leren om uw bekkenbodemspieren te ontspannen. 
  • Neuromodulatie (zenuwbeïnvloeding). 
  • PTNS (Percutane Tibial Nerve Stimulation). Deze behandeling blokkeert de ‘foute’ of ongewenste sensaties uit het kleine bekken. 
  • Botoxbehandeling van de blaas. 

Stressincontinentie

Stressincontinentie is ongewild urineverlies bij inspanning. De één overkomt het alleen bij inspanning (tillen, springen, hoesten), de ander heeft er voortdurend last van. De hoeveelheid urine die iemand verliest, kan verschillen van enkele druppels tot grote hoeveelheden. 

De bekkenbodemspieren en het omliggende steunweefsel zorgen ervoor dat de blaas en de urinebuis op hun plaats blijven. Bij het plassen ontspant de kringspier en trekt de blaas zich samen, waardoor uw urine naar buiten kan lopen. Bij ongewild urineverlies tijdens inspanning werken de kringspier en/of de bekkenbodemspieren niet goed meer. Ook kan de urinebuis verzakt zijn, waardoor de urine er makkelijker uit kan lopen. Zwangerschappen, bevallingen, veel te zwaar tillen of verzakking van de vagina zijn mogelijke oorzaken hiervoor. In Nederland en België heeft ongeveer 25% van alle vrouwen last van een vorm van incontinentie. In 30 tot 50% van de gevallen gaat het om stressincontinentie. 


Onderzoek 

  • De arts stelt de diagnose aan de hand van een gesprek en een inwendig lichamelijk onderzoek. 
  • Voor uw polikliniekbezoek stuurt u een vragenlijst en een plaslijst (mictielijst) op. 
  • Een blaasontsteking kan eventuele plasproblemen veroorzaken. Urineonderzoek is nodig om dit uit te sluiten. 
  • De uroloog zal ook een cystoscopie uitvoeren. 
  • Aanvullend onderzoek kan nodig zijn, zoals een urodynamisch onderzoek. 
Mogelijke behandelingen
  • Er zijn verschillende behandelingen mogelijk voor stressincontinentie. Los daarvan is er incontinentiemateriaal verkrijgbaar om de urine op te vangen. De continentieverpleegkundige kan u hierover adviseren.
  • Bekkenfysiotherapie bestaat uit het trainen van de bekkenbodemspieren, zodat u uw urine beter kunt ophouden. 
  • Als de bekkenbodemoefeningen onvoldoende helpen, kunt u worden geopereerd.

Gemengde incontinentie

Bij gemengde incontinentie is er sprake van stressincontinentie én aandrangincontinentie. Beide vormen geven dezelfde klacht, namelijk ongewild urineverlies, maar worden op verschillende manieren behandeld. Ongeveer de helft van de vrouwen met aandrangincontinentie heeft ook last van stressincontinentie.

Onderzoek 

  • De arts stelt de diagnose aan de hand van een gesprek en een inwendig lichamelijk onderzoek. 
  • Voor uw polikliniekbezoek stuurt u een vragenlijst en plaslijst (mictielijst) op. 
  • Een blaasontsteking kan eventuele plasproblemen veroorzaken. Urineonderzoek is nodig om dit uit te sluiten. 
  • De uroloog zal ook een cystoscopie uitvoeren. 
  • Urodynamisch onderzoek is nodig om de functie van de blaas en het afsluitmechanisme te onderzoeken. 
  • Aanvullend onderzoek, zoals een flowmeting, kan nodig zijn. 
Mogelijke behandelingen 
  • U kunt zelf ook een bijdrage leveren aan het oplossen of verbeteren van uw klachten door bepaalde leefregels op te volgen. Bijvoorbeeld door blaastraining onder begeleiding van de continentieverpleegkundige. Naast adviezen over leefregels, kan zij u ook adviezen geven over eventuele hulpmiddelen. 
  • De bekkenfysiotherapeut kan u door oefeningen leren om uw bekkenbodemspieren aan te spannen en te ontspannen. Hierdoor wordt uw blaas minder geprikkeld. 
  • De behandeling van de overactieve blaas bestaat vaak uit medicatie. De medicijnen verlagen het aandranggevoel, verlagen de plasfrequentie en vergroten het volume van de plasjes. 

Plasklachten bij de man

Bij plasklachten, ook wel LUTS of 'lower urinary tract symptoms' genoemd, kan er sprake zijn van:
  • zeer veelvuldig plassen; 
  • niet goed uitplassen;
  • veel drang om te plassen;
  • loze drang om te plassen;
  • nadruppelen;
  • een afname van de kracht van de straal bij het plassen;
  • een onderbroken straal; 
  • een langere plasduur. 
Oorzaken
  • De uitgang van de plasbuis of de plasbuis zelf kan vernauwd zijn. Dit kan met een flow- en residubepaling en via een inwendig onderzoek van de plasbuis en de blaas gecontroleerd worden. Door een operatie kan de vernauwing worden opgeheven. 
  • Een vernauwde voorhuid, waarbij een besnijdenis (circumcisie) moet plaatsvinden. 
  • Een prostaatvergroting, die met medicijnen of een operatie (transurethrale prostaatresectie) kan worden verholpen. 
  • Een verminderde blaasfunctie door een uitgerekte blaas bij blaasretentie of door een aansturingsprobleem van de zenuwbanen. Dit kan de uroloog beoordelen met een urodynamisch onderzoek. 
Bij een afname van de blaasfunctie bestaat de behandeling vaak uit het aanleren van zelfkatheterisatie. Hierbij leert u met een katheter uw blaas meerdere malen per dag te legen. U krijgt daarbij instructie van de continentieverpleegkundige.

Ontlastingsincontinentie

Bij ontlastingsincontinentie heeft u het gevoel dat u bij aandrang de ontlasting nauwelijks kunt ophouden en dat u snel moet zijn om op tijd bij het toilet te komen. Soms is er verlies van ontlasting zonder aandrang. Ook kan het moeilijk zijn winden goed op te houden en kunt u 'spoor-ontlasting' hebben. Het komt vrij veel voor, naar schatting bij 50.000 tot 200.000 mensen in Nederland. Ook jonge mensen hebben er last van. De angst dat anderen merken dat u ontlasting verliest (geurtjes) speelt meestal een grote rol. Veel vrouwen vinden het dan ook moeilijk om buitenshuis activiteiten te ondernemen.


Onderzoek

  • De arts stelt de diagnose aan de hand van een gesprek en een inwendig lichamelijk onderzoek. Tijdens het lichamelijk onderzoek verricht de arts meestal ook een inwendige echo.
  • Voor uw polikliniekbezoek stuurt u een vragenlijst en mictielijst (plaslijst) op. 
  • Uitgebreider aanvullend onderzoek kan nodig zijn. Bijvoorbeeld: een onderzoek aan de endeldarm (defaecogram). 
Mogelijke behandelingen
  • U kunt zelf een bijdrage leveren aan het verbeteren van uw klachten door bepaalde leefregels op te volgen. Bijvoorbeeld door iets te doen aan uw houding en uw eet- en drinkgewoonten. De continentieverpleegkundige kan u hierbij adviezen geven. En ook over eventuele hulpmiddelen. 
  • In geval van verstopping kan medicatie uw stoelgang bevorderen. 
  • De bekkenfysiotherapeut kan u door oefeningen leren om uw bekkenbodemspieren te trainen, onder andere de kringspier van de anus. 
  • De arts kan een operatie adviseren, na overleg met een chirurg van het Amphia Ziekenhuis die gespecialiseerd is in darmoperaties. 

Leefregels

Drink- & eetgewoonten:
  • Alcohol, koffie met cafeïne, thee met theïne, koolzuurhoudende dranken en light-dranken kunnen urineverlies verergeren. Dit geldt ook voor cola, red bull en ice tea. Drink dus liever bijvoorbeeld cafeïnevrije koffie, rooibos thee, groene thee en sapjes. 
  • Zorg voor een goed ontlastingspatroon door voldoende te drinken en vezelverrijkte voeding te eten. Bijvoorbeeld volkorenproducten, groenten en fruit. 
Plasadviezen:
  • Ga rechtop het toilet zitten, houd schouders en armen ontspannen. Plaats beide voeten plat op de grond en houd uw knieën iets uit elkaar. 
  • Ontspan uw bekkenbodem en neem de tijd. Laat uw plas vanzelf komen - niet onderbreken en niet persen. 
  • Wiebel of buig voorover na het plassen, om nadruppelen te voorkomen. Pers licht ter controle. 
  • Span uw bekkenbodem aan om af te sluiten. Dep schoon, veeg niet te hard. 
Ontlastingsadviezen:
  • Ga op het toilet zitten met een iets ronde rug. Houd uw schouders en armen ontspannen. Houd uw knieën iets uit elkaar. 
  • Ontspan uw bekkenbodem en neem de tijd. 
  • Kantel, als de passage van de ontlasting moeilijk verloopt, enige malen uw bekken in ademtempo. Maak bij inademing een holle rug en bij uitademing een bolle rug. 
  • Pers rustig mee met de aandrang maar houdt uw bekkenbodem ontspannen. De anus beweegt iets naar beneden. 
  • Span uw bekkenbodem licht aan en veeg schoon van voor naar achter. 

Deze website maakt gebruik van cookies.

Amphia gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in onze disclaimer.