Header afbeelding

Patiënten op de Intensive Care

Patiënten op de Intensive Care (IC) zien er soms ‘anders’ uit en reageren ‘anders’. Dit is vooral voor hun familie/naasten vervelend om te zien. Hieronder noemen we enkele veelvoorkomende situaties:

Blauwe plekken

Een ernstig zieke patiënt krijgt gemakkelijk blauwe plekken. Deze ontstaan doordat zijn bloedstolling door ziekte of medicijnen verstoord is. 

Opgezwollen uiterlijk

Bij patiënten met een bloedvergiftiging (sepsis) laten de bloedvaten veel lichaamsvocht (plasma) door naar de weefsels. Het vocht wordt niet meer opgenomen door de bloedvaten en blijft in de 
weefsels achter. Het gezicht, de armen en de benen zijn daardoor vaak erg dik en gezwollen. 

Verward en onrustig

Het komt vaak voor dat een patiënt op de IC verward en onrustig is. Enkele oorzaken hiervan zijn: medicijnen tegen de pijn, slaapmiddelen, pijn, het ziek zijn, koorts, een vreemde omgeving, onzekerheid en een verstoord slaappatroon.  Acute verwardheid (delier) is tijdelijk.

Vastmaken van de handen

Soms is het nodig om de handen van de patiënt vast te maken. Hoewel hij tijdens de beademing een slaapmiddel krijgt, kan hij toch in een reflex de beademingsbuis eruit trekken.

Vervormd gezicht

Een patiënt met een ernstige longziekte wordt soms op zijn buik gelegd en zo beademd. Wanneer hij weer op zijn rug wordt gedraaid, kan zijn gezicht er vervormd en gezwollen uitzien. 

Niet kunnen praten

Een patiënt die aan de beademing ligt, kan niet praten. Als het buisje uit zijn keel mag, kan hij na een half uur weer gewoon praten.

Dorst

Patiënten op de IC hebben vaak dorst. Zelfs veel drinken helpt niet. Dit heeft te maken met het ziek zijn van de patiënt.


Infusen, drains, slangen en plakkers

Een ernstig zieke patiënt heeft vaak meerdere infusen, drains en allerlei slangen en plakkers. Hier zijn die voor:

  • Snoeren die met plakkers op de borst zijn geplakt en naar de monitor lopen, zorgen voor het bewaken van het hartritme.
  • Zuurstofmeter: een soort wasknijper aan een vinger of oorlel die de hoeveelheid zuurstof in het bloed meet. 
  • Blaaskatheter: een slangetje dat via de urinebuis naar de blaas loopt en waardoor de urine naar een opvangzak wordt afgevoerd.
  • Perifeer infuus: een infuus in een ader voor het toedienen van vocht en medicijnen.
  • Bloeddrukband: een band die zo nu en dan automatisch wordt opgeblazen om de bloeddruk te meten.
  • Arterielijn: een infuus in een slagader waarmee we voortdurend de bloeddruk meten. Via dit slangetje kan ook bloed 
  • afgenomen worden voor onderzoek.
  • Centrale lijn: een infuus in een grote ader in de hals, onder het sleutelbeen of in de lies waardoor we medicijnen of kunstvoeding kunnen geven. 
  • Beademingsbuis: een tube die via de mond in de luchtpijp zit. Deze is met een bandje vastgezet rond het gezicht. Of een buis die via de keel in de luchtpijp is ingebracht (tracheostoma). Deze zit met een bandje vast rond de hals.
  • Thoraxdrain: plastic buis in de borstholte. Deze wordt ingebracht bij een hart- en/of longoperatie, bij veel vocht achter het hart en de longen of bij een gaatje in de long.
  • Maagsonde: een slangetje dat via de neus of mond naar de maag gaat en gebruikt wordt voor het geven van voeding of om de maag leeg te maken.
  • Dialysekatheter: een wat dikker slangetje in de lies of in de hals dat verbonden is met de dialysemachine.
  • Zuurstofslang: een dun slangetje in de neus waar extra zuurstof doorheen gaat.
  • Zuurstofkapje: een kapje over de mond en neus van de patiënt dat vastzit met een elastiek. 

Deze website maakt gebruik van cookies.

Amphia gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in onze disclaimer.