Baarmoederverwijdering via de vagina

Gynaecologie en zwangeren

Behandeling

Bij een vaginale uterusextirpatie (VUE) verwijdert de gynaecoloog uw baarmoeder via uw vagina. Dit gebeurt onder volledige narcose en duurt ongeveer een uur. Zo’n ingreep kan bij u nodig zijn wanneer u:

  • Vleesbomen (myoom) in uw baarmoeder heeft.
  • Veelvuldig bloed verliest tijdens de menstruatie.
  • Onvoldoende effect merkt van andere behandelingen om overmatig vloeien te stoppen.
  • Ooit vaginaal bent bevallen.
  • Een algehele malaise ervaart door het vele bloedverlies en een laag ijzergehalte.

Op het Voorbereidingsplein krijgt u de nodige instructies. De afdeling Opname laat u weten wanneer en waar de operatie plaatsvindt. U wordt meestal twee uur voor de geplande tijd in nuchtere toestand verwacht op de afdeling Gynaecologie. 

Neem bij uw opname uw eigen medicijnen mee. Op de afdeling vullen we deze aan met medicatie die de arts u voorschrijft, een pijnstiller en zo nodig een kalmerend middel. 

U mag na de opname niet alleen naar huis. Zorg daarom voor vervoer.

Met vragen kunt u altijd terecht bij de verpleegafdeling.

Op de operatiedag bespreekt de verpleegkundige met u de laatste bijzonderheden. Zij checkt de gegevens in uw dossier. U trekt daarna de operatiekleding aan. Al uw eigen kleding en ondergoed trekt u uit. Sieraden, gebitsprotheses, gehoorapparaten, lenzen, nagellak en make-up doet u uit en af. Wanneer u aan de beurt bent, brengen de verpleegkundigen u in bed naar de operatieafdeling. Vanaf daar neemt de anesthesiemedewerker het over. 

Na de operatie komt u op de uitslaapkamer, waar u gecontroleerd wordt op lekkage van de gynaecologische tampon (een dunne reep gaas van anderhalve meter die in de vagina is gestopt). Verder checken wij uw katheter, bloeddruk, pols, temperatuur, infuus en pijn. Na anderhalf uur kunt u meestal terug naar de afdeling. De verpleegkundige belt uw contactpersoon.

Voor deze ingreep moet u rekenen op drie dagen opname. Na zes weken bent u meestal weer volledig hersteld van de operatie. Het kan tot een jaar duren voor u zich pas echt weer de oude voelt. Regel goede nazorg voor uzelf in de zes weken na de operatie. Dit bevordert uw herstel.

Op de operatiedag blijft u in bed. De verpleegkundige controleert u regelmatig. U wordt gewassen en krijgt uw eigen nachtkleding, onderbroek en een verbandje aan. U mag de dag na de operatie weer eten en drinken, en uit bed. Ook gaan dan de tampon, de katheter en het infuus eruit. Tussen de operatie en uw vertrek naar huis krijgt u één spuitje om trombose te voorkomen.

De anesthesist spreekt pijnstilling voor u af en de gynaecoloog geeft zijn opdrachten door aan de verpleegkundige. Elke ochtend rond 10.00 uur komt de zaalarts bij u langs. Hij maakt nieuwe
afspraken voor uw behandelplan. 

De gynaecoloog komt langs voordat u naar huis gaat en bespreekt de operatie en zijn bevindingen met u. De verpleegkundige vertelt u voor uw vertrek waar u thuis op moet letten en geeft u de leefregels mee voor thuis. U krijgt van de gynaecoloog een ontslagbrief mee en maakt de vervolgafspraken die voor u nodig zijn. Na zes weken komt u nog een keer op nacontrole bij de gynaecoloog op de polikliniek. 

Belangrijk is dat u zes weken niet zwaar mag tillen en goed naar uw lichaam moet luisteren. U kunt in die zes weken nog af en toe wat vloeien. Tijdens de operatie zijn de darmen opzij geduwd. Zij komen vanzelf weer op hun plek, maar dit zorgt wel voor darmkrampen. Voldoende drinken, bewegen en windjes laten helpen hierbij.  

Voorlichting

Websites en folders

Meer informatie over deze behandeling:

Deze website maakt gebruik van cookies.

Amphia gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in onze disclaimer.