Frozen shoulder

Orthopedie

Behandeling

Bij een frozen shoulder (capsulitis) is uw schouderkapsel ontstoken, waardoor het dikker wordt en samentrekt. Hierdoor heeft uw bovenarm minder ruimte om te bewegen. Een frozen shoulder levert ernstige pijnklachten op. U kunt uw schouder minder goed bewegen. Meestal herstelt uw schouder vanzelf, maar dit kan wel drie jaar duren. Bij mensen met ernstige, hardnekkige klachten kan een operatie helpen.

De oorzaak van een frozen shoulder is onbekend. Vaak begint het na een ongeluk, een operatie of een chronische schouderklacht. Meestal heeft u last van één schouder, soms zelfs van beide. Mensen met suikerziekte (diabetes) hebben een grotere kans op deze aandoening.

Meer informatie over deze behandeling:


Deze aandoening verloopt in drie fasen:

Fase 1: de bevriezingsfase
De pijn kan zeer hevig zijn en de bewegingsbeperking neemt langzaam toe. Bij sommige mensen is de pijn minder acuut en sluipt de bewegingsbeperking er langzaam in. Deze fase duurt gemiddeld drie maanden (en kan tot negen maanden duren).

Fase 2 – bevroren fase
De pijn vermindert en het bewegen is duidelijk minder pijnlijk. Wel heeft u veel last van de bewegingsbeperking. Dit is een duidelijke handicap in uw dagelijks leven. Bewegen in de uiterste standen van het gewricht blijft zeer pijnlijk. Deze fase kan vier tot twaalf maanden aanhouden.

Fase 3 – ontdooiingsfase
De bewegingsbeperking begint af te nemen. De meeste mensen merken na een jaar tot drie jaar dat ze weer beter kunnen bewegen.

Tijdens uw bezoek aan de polikliniek bespreekt de orthopedisch chirurg de mogelijkheden met u. Meestal herstelt een frozen shoulder vanzelf, al kan dit meer dan drie jaar duren. Veel mensen hebben zo veel klachten dat zij dit niet af willen wachten. Dan zijn er twee mogelijkheden: een afwachtende houding (conservatieve behandeling) of actief ingrijpen (manipuleren).

Is actief ingrijpen bij u het beste? Dan bespreekt de orthopedisch chirurg de operatie met u. Op het Voorbereidingsplein krijgt u aanvullende informatie over de narcose en uw opname in het ziekenhuis.

In het boekje ‘Welkom in Amphia’ vindt u informatie over wat u moet meenemen bij uw opname.

Bekijk de actuele wachttijd voor deze behandeling.

Bij vragen neemt u contact op met de polikliniek Orthopedie, (076) 595 30 80.

Voor deze aandoening bestaan meerdere behandelingen:

Natuurlijk beloop
Hierbij wacht de arts het natuurlijke beloop van de frozen shoulder af. Hij kan injecties met ontstekingsremmers geven om de pijn te onderdrukken. Hierdoor herstelt de schouder echter niet sneller. Zelf bewegen en fysiotherapie kunnen helpen.

Manipulatie (doorbewegen)
Wilt u niet wachten tot de aandoening vanzelf overgaat? Dan kunnen we uw schouder doorbewegen onder verdoving. Soms is een verdoving van uw arm niet voldoende en zet de arts een kortdurende narcose in. Hij beweegt uw schouder door, waarna u nog een injectie in uw schoudergewricht krijgt met een ontstekingsremmer en een verdoving (Kenacort en Chirocaïne). Dit verkleint de kans op een nieuwe frozen shoulder. Dezelfde dag nog start u met intensieve oefentherapie. Dit heft de pijnklachten en de beperking in uw schouder grotendeels op. Deze ingreep is alleen mogelijk als u in fase 2 zit.

Kijkoperatie
Een derde optie is een kijkoperatie (arthroscopie). Daarbij kijkt de arts naar het kapsel rond de schouder. Deze behandeling is enkel mogelijk bij mensen met ernstige, hardnekkige klachten. Bijvoorbeeld mensen met suikerziekte. Na het maken van een aantal gaatjes in de schouder, neemt de arts met kleine instrumenten het kapsel door. Verder lijkt de behandeling op die bij het doorbewegen onder narcose. Alleen behandelen we hier ook de wonden en verwijderen we de hechtingen.

Na de operatie brengen we u terug naar de verpleegafdeling. Hier mag u bezoek ontvangen. Dat kan dagelijks van 13.30 tot 14.30 uur en van 18.30 tot 20.00 uur.

De verdoving van uw arm duurt vaak tot de volgende ochtend. (Meestal duurt het 2 tot 24 uur na het geven van de verdoving.) In die tijd kan uw schouder pijnloos geoefend worden. De fysiotherapeut in het ziekenhuis begeleidt dit. Mocht de verdoving in uw arm snel uitgewerkt zijn, dan kunt u vragen om vervangende pijnstilling.

De ochtend na het doorbewegen mag u weer naar huis en dezelfde middag gaat u al naar een fysiotherapeut bij u in de buurt. Maak deze afspraak meteen als u weet wanneer de ingreep plaatsvindt. De fysiotherapeut zal u verder begeleiden en behandelt u de eerste week dagelijks. Hiermee voorkomt u terugval en stijfheid, en behoudt u de beweeglijkheid die de operatie heeft opgeleverd.

Heeft u diabetes en gebruikt u insuline? Dan moet u uw bloedsuiker extra controleren. Het ontstekingsremmende middel kan uw bloedsuiker wat ontregelen. Sommige mensen krijgen een rood gezicht. Dit kan geen kwaad en is meestal na twee dagen weer verdwenen. Vrouwen in de overgang kunnen kortdurend weer wat vaginaal bloedverlies hebben.

Doorbewegen onder verdoving helpt bij bijna iedereen. Toch zijn er een aantal mensen bij wie de behandeling niet aanslaat. Zij vallen dan terug in de situatie van voor de behandeling. Echt negatieve gevolgen van de behandeling zijn zeldzaam. Bij doorbewegen onder verdoving wordt kracht gezet op de bovenarm. Theoretisch zou daardoor iemands arm kunnen breken wanneer hij zwakke botten heeft.

Vier weken na de manipulatie komt u op controle bij uw orthopeed. Na drie maanden bezoekt u de verpleegkundig specialist.

Voor en na de operatie vragen wij u om digitale vragenlijsten in te vullen. Dit is landelijk verplicht. Met uw antwoorden kunnen we het verloop van uw behandeling volgen. Daarnaast kunnen we de antwoorden van voor en na de operatie met elkaar vergelijken. Zo kunnen we de kwaliteit van de behandeling in de toekomst mogelijk verbeteren.

Aanvullende informatie

Lifestyle tips

Om de kans op complicaties te verminderen, raden wij u sterk aan om in de weken voor en na de operatie niet te roken. Roken vertraagt de genezing van de wond en het bot. Door te stoppen met roken, vergroot u dus de kans op een voorspoedig herstel.

Wie zorgt er voor mij?

U bent in goede handen bij onze orthopeden, arts-assistenten (in opleiding tot orthopeed en niet in opleiding tot orthopeed) en verpleegkundig specialisten.

Gerelateerde onderzoeken

Om de diagnose te kunnen stellen, maken we mogelijk een röntgenfoto, echo of MRI van uw schouder.


Relevante informatie

Meer informatie over deze behandeling:

Deze website maakt gebruik van cookies.

Amphia gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in onze disclaimer.