Heupdysplasie (CHD)

Orthopedie

Behandeling

Heupdysplasie betekent letterlijk: slecht gevormde heup. De heupkom is niet diep genoeg, waardoor de kop van de heup er niet goed in past. In ernstige gevallen kan dit leiden tot ontwrichting van de heup (heupluxatie). Aangeboren heupdysplasie komt bij ongeveer twee procent van alle baby’s voor. Het komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens, en vaker na een stuitligging. Ook erfelijke en familiaire invloeden spelen een rol. De behandeling bestaat uit het spreiden van de heupjes met een spreidbeugel of bandage.

Het is belangrijk dat heupdysplasie zo vroeg mogelijk wordt ontdekt. Daarom worden kinderen op het consultatiebureau goed onderzocht. Met een echo kunnen we ernstige heupdysplasie en heupluxatie opsporen. Het onderzoek geeft echter geen volledige zekerheid. Bij twijfel maken we bij kinderen van drie tot vier maanden oud een röntgenfoto. Zodra we heupdysplasie constateren, starten we met de behandeling. Meestal is dit in de leeftijd van drie tot zes maanden. We starten de behandeling nooit vóór de drie maanden, omdat anders de ontwikkeling van de heupkop in gevaar kan komen.

De kleding bij een spreidbroek of Pavlik-bandage vraagt niet veel aanpassingen. Het is prettig de spreidbroek of de bandage over een katoenen maillot of broekje te dragen. Voor het vervoer van uw kind zijn de volgende aanpassingen handig:

  • Een wandelwagen met een soepele zijkant of een buggy met een zitting die uitsteekt. Leg eventueel kussentjes op de zitting of achter de rug en doe de beentjes over de zijkant.
  • Een rugzitje en een draagzak.
  • Het autostoeltje opvullen met een kussen, zodat uw kind met de beentjes over de zijkant kan. Doe wel de driepuntsgordel om.
  • Een fietsstoeltje met een open zijkant (stuurzitje).

Bekijk de actuele wachttijd voor deze behandeling.

Bij vragen neemt u contact op met de polikliniek Orthopedie, (076) 595 30 80.

De behandeling bestaat uit het spreiden van de heupjes, zodat de kop van de heup goed in de kom komt. De beentjes van uw kind worden in spreidstand gehouden met een spreidbeugeltje of bandage. Het dragen hiervan is in principe 22 tot 23 uur per dag nodig. Afhankelijk van de ernst van de afwijking duurt de behandeling ongeveer vier tot acht maanden. Afhankelijk van de röntgenfoto’s draagt uw kind daarna nog enkele maanden een beugel tijdens het slapen. Meestal is de heupdysplasie genezen voordat uw kind gaat lopen.

De meeste kinderen komen de behandelperiode door zonder dat zij een achterstand oplopen. In een spreidbroek kan uw kind namelijk zitten, kruipen, draaien, staan en lopen. Zodra de spreidbroek overdag enige tijd af mag, haalt uw kind een eventuele achterstand snel in. Wel kan het even duren voor uw kind zijn beentjes helemaal kan strekken. Waggelen of mank lopen komt gelukkig bijna niet meer voor.

U komt om de acht tot twaalf weken op controle op de polikliniek. De orthopedisch chirurg spreekt deze controles met u af.

Algemene informatie

Relevante informatie

Meer informatie over deze behandeling:

Wie zorgt er voor mij?

U bent in deskundige handen bij de orthopedisch chirurg.

Gerelateerde onderzoeken

We stellen de diagnose met een röntgenfoto van de heupjes.

Deze website maakt gebruik van cookies.

Amphia gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in onze disclaimer.