Operatie aan een verzakking van de baarmoeder, vaginatop, blaas en/of darm

Gynaecologie en zwangeren

Behandeling

Bij verzakkingen in het kleine bekken krijgt u een passende operatie. Dat zijn één of meer van de volgende ingrepen: 

  • Voorwandplastiek (de voorwand van uw vagina en uw blaas zijn verzakt).
  • Achterwandplastiek (de achterwand van uw vagina en uw darm zijn verzakt).
  • Sacrospinale fixatie (de top van uw vagina is verzakt na het verwijderen van uw baarmoeder).
  • Combinatie (uw baarmoeder is gedeeltelijk of geheel verzakt).
  • Portio-amputatie (alleen de baarmoedermond geeft een probleem en wordt verwijderd).
  • Bulbocavernosa  (kringspier rond de urinebuis en vagina wordt aangetrokken).

U wordt geopereerd door een gespecialiseerde gynaecoloog van het Bekkenbodemcentrum.  

Op het Voorbereidingsplein krijgt u de nodige instructies. De afdeling Opname laat u weten wanneer en waar de operatie plaatsvindt. U wordt meestal twee uur voor de geplande tijd in nuchtere toestand verwacht op de afdeling Gynaecologie. 

Neem bij uw opname uw eigen medicijnen mee. Op de afdeling vullen wij deze aan met medicatie die de arts u voorschrijft, een pijnstiller en zo nodig een kalmerend middel.

Op de operatiedag bespreekt de verpleegkundige met u de laatste bijzonderheden. Zij checkt de gegevens in uw dossier. U trekt daarna de operatiekleding aan. Al uw eigen kleding en ondergoed trekt u uit. Zo nodig scheert de verpleegkundige u van onderen. U mag dit natuurlijk ook zelf thuis doen. Sieraden, gebitsprotheses, gehoorapparaten, lenzen, nagellak en make-up doet u uit en af. Wanneer u aan de beurt bent, brengen de verpleegkundigen u in bed naar de operatieafdeling. Vanaf daar neemt de anesthesiemedewerker het over. 

De operatie verloopt voornamelijk via uw vagina en soms via uw buik. Om de stevigheid terug te krijgen in uw bekkenbodem, gebruiken we zo veel mogelijk uw eigen steunweefsel (spieren en bindweefsel). Soms gebruiken we een kunststof matje om een goede stevigheid te krijgen. Voor deze operatie krijgt u een ruggenprik of een volledige narcose.

Na de operatie komt u op de uitslaapkamer, waar u gecontroleerd wordt op lekkage van de gynaecologische tampon (een dunne reep gaas van anderhalve meter die in de vagina is gestopt). Verder checken wij uw katheter, bloeddruk, pols, temperatuur, infuus en pijn. Na een uur kunt u meestal terug naar de afdeling. De verpleegkundige belt uw contactpersoon.

Voor deze ingreep moet u rekenen op een dag en een nacht opname. Kunt u goed plassen en voelt u zich goed, dan mag u meestal de dag na de operatie aan het einde van de ochtend naar huis. Na zes weken bent u meestal weer volledig hersteld van de operatie. Regel goede nazorg voor uzelf in de zes weken na de operatie. Dit bevordert uw herstel.

Op de operatiedag blijft u in bed. De verpleegkundige controleert u regelmatig. U wordt gewassen en krijgt uw eigen nachtkleding, onderbroek en een verbandje aan. U mag de dag na de operatie weer eten en drinken. Na 24 uur verwijdert de verpleegkundige uw tampon en katheter, behalve wanneer u slecht ter been bent en in een zwakke gezondheid verkeert. Wanneer u goed kunt plassen en hersteld bent, gaat ook het infuus eruit. Na elke goede plas op het toilet maakt de verpleegkundige een echo van uw blaas. Zo meten we of u uw blaas voldoende leeg heeft geplast. Er mag niet meer dan 200 ml urine achterblijven in uw blaas. We doen deze meting drie keer (en bij alleen achterwandplastiek één keer). De anesthesist spreekt pijnstilling voor u af en de gynaecoloog geeft zijn opdrachten door aan de verpleegkundige.

De gynaecoloog komt langs voordat u naar huis gaat en bespreekt de operatie en zijn bevindingen met u. De verpleegkundige vertelt u voor uw vertrek waar u thuis op moet letten en geeft u de leefregels mee voor thuis. Belangrijk is dat u zes weken niet zwaar mag tillen en goed naar uw lichaam moet luisteren. U kunt in die zes weken nog af en toe wat vloeien. 

U krijgt van de gynaecoloog een ontslagbrief mee en maakt de vervolgafspraken die voor u nodig zijn. De eerste werkdag na uw vertrek heeft u een belafspraak met de continentieverpleegkundige. Zij vraagt hoe het met u en met het plassen gaat. Daarna maakt zij een afspraak voor een controle bij het Bekkenbodemcentrum. Deze vindt ongeveer zes weken later plaats. 

Aanvullende informatie

Wie zorgt er voor mij?

Uw behandeling wordt verzorgd door de gynaecologen, urologen, doktersassistenten en continentieverpleegkundigen van het Bekkenbodemcentrum. Tijdens uw opname ligt u op de afdeling Gynaecologie. In het vooronderzoek kunt u ook in contact komen met de uroloog  en de radioloog.

Innovaties en technologieën

Onlangs zijn twee gynaecologen van het Bekkenbodemcentrum gestart met een nieuwe operatietechniek: site specific repair. Hierbij worden zwakke plekken in uw bindweefsel dichtgemaakt en wordt vanuit de zijkanten van uw bekken naar het midden toe de stevigheid in de bekkenbodem teruggebracht. Hiermee kunnen we langer gebruikmaken van uw eigen steunweefsel en wordt de spanning/trekkracht in uw bekkenbodem verdeeld over meerdere steunpunten. Kunststof materiaal is dan niet nodig.

Folder

Meer informatie over deze behandeling vindt u in onze folder.

Deze website maakt gebruik van cookies.

Amphia gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies in onze disclaimer.