Bij hartfalen werkt het hart minder goed. Hier zijn verschillende oorzaken voor. Het bloed kan minder goed doorstromen naar de rest van het lichaam.
Hartfalen betekent dat het hart minder goed pompt dan normaal. Er zijn 2 vormen van hartfalen.
Systolisch hartfalen: De systole is de fase waarin het hart zich samentrekt. Bij systolisch hartfalen trekt de hartspier niet krachtig genoeg samen. De hartspier is vaak dun en slap. Daardoor wordt er minder bloed uit het hart gepompt. Er ontstaat meer druk in het hart.
Diastolisch hartfalen: De diastole is de rustfase waarin het hart zich vult met bloed. Bij diastolisch hartfalen ontspant het hart zich minder goed tijdens deze rustfase. De hartspier is stijf. Daardoor wordt er minder bloed het hart in gezogen. De druk voor het hart blijft dan hoog. De druk na het hart is te laag.
Bijgewerkt op