Ouderen ontwikkelen vaak één of meer chronische aandoeningen, zoals een lokale verwijding van de buikslagader (aneurysma van de abdominale aorta) of een ernstige vernauwing in de beenslagader (kritieke ischemie). Een operatie is vaak de aangewezen behandeling, maar brengt ook risico’s met zich mee. Oudere patiënten hebben namelijk een verhoogd risico op postoperatieve complicaties, zoals acute verwardheid (delier). Anne Meulenbroek promoveerde in Amphia op haar onderzoek naar prehabilitatie binnen de vaatchirurgie. ‘Daarbij brengen we patiënten vooraf in een zo goed mogelijke conditie. Ik heb onderzocht in hoeverre dat helpt om de operatie beter te doorstaan, met minder complicaties en een vlotter herstel.’ Het promotieteam van Anne bestond uit prof. dr. Lijckle van der Laan (vaatchirurg in Amphia en hoogleraar Passende Zorg bij TIAS school for Business en Society), prof. dr. Inge Fourneau (vaatchirurg in het UZ Leuven) en dr. Miriam Faes (geriater in Amphia).
Promotieonderzoek
Anne raakte in 2016 betrokken bij deze onderzoekslijn van Lijckle van der Laan, toen ze bij Amphia werd aangenomen. ‘Ik ging deels aan de slag als ANIOS bij de afdeling Vaatchirurgie en werkte daarnaast aan mijn promotieonderzoek. Later kon ik me dankzij een beurs vanuit de Amphia Academie volledig op het onderzoek richten. Daar heb ik me met veel energie voor ingezet, want het is belangrijk om hier meer over te weten te komen. Ik wilde graag onderzoeken of prehabilitatie kan helpen om complicaties te voorkomen. Dat levert voor iedereen een voordeel op. Door ons meer te richten op preventie, ontwikkelen mensen minder klachten. Daardoor neemt de druk op de gezondheidszorg af. Het zorgt bovendien voor lagere maatschappelijke kosten. Dat is winst voor iedereen.’
''Prehabilitatie omvat het hele traject: van de voorbereiding op een operatie tot de periode daarna. Ik vergelijk het met het lopen van een marathon: ook daarop bereid je je zo goed mogelijk voor, zodat je soepel de eindstreep haalt en vlot herstelt.''
Alle aspecten van een patiënt bekijken
‘Wat mij aanspreekt, is dat we bij prehabilitatie kijken naar alle aspecten van de patiënt. Naast iemands fysieke klachten bespreken we ook iemands cognitieve toestand, draagkracht en directe omgeving. Prehabilitatie omvat bovendien het hele traject: van de voorbereiding op een operatie tot de periode daarna. Ik vergelijk het met het lopen van een marathon: ook daarop bereid je je zo goed mogelijk voor, zodat je soepel de eindstreep haalt en vlot herstelt.’
Twee verschillende onderzoeken met patiënten
Het onderzoek van Anne omvat twee patiëntengroepen. ‘Het eerste ziektebeeld was een abdominaal aneurysma (AAA). Daarbij kon ik voortbouwen op het eerdere werk van mijn voorganger Ties Janssen. Een aneurysma geeft doorgaans geen klachten en wordt vaak bij toeval ontdekt, bijvoorbeeld doordat het in beeld komt op een scan die voor een ander doel gemaakt is. Wanneer een aneurysma scheurt, leidt dat vaak tot het overlijden van de patiënt. Om dit te voorkomen, plannen we binnen enkele weken na de diagnose een operatie in. Deze kan bestaan uit het uitschakelen van het aneurysma met een stent via een operatie van de liesslagader of via een grote buikoperatie met veel impact en een lange hersteltijd.’
Ernstig zieke patiënten
‘De tweede vaatziekte waarbij sinds 2020 prehabilitatie werd aangeboden betreft patiënten met kritieke ischemie. Door vernauwingen in de beenslagader hebben zij voortdurend pijn en soms wonden die niet of nauwelijks genezen, met een risico op infecties en zelfs amputatie. Ook hebben zij vaak meerdere chronische aandoeningen en zijn zij kwetsbaar. Deze patiënten worden zo snel mogelijk geholpen om een amputatie te voorkomen. Vaak gebeurt dat met een dotter of stentplaatsing. Bij een slagader die over een lang traject dicht zit, voeren we een bypassoperatie uit.’
''Door ons meer te richten op preventie, ontwikkelen mensen minder klachten. Daardoor neemt de druk op de gezondheidszorg af. Het zorgt bovendien voor lagere maatschappelijke kosten. Dat is winst voor iedereen.''
Voorkomen van een delier
‘Bij beide ziektebeelden kan een operatie leiden tot een delier. Dit is een lastig te behandelen aandoening, die een negatieve invloed heeft op iemands cognitieve vermogens en kwaliteit van leven. Een delier leidt vaak tot een langere ligduur van 6 tot 10 dagen. Soms is zelfs een opname in een verpleeghuis noodzakelijk. Daarom is het cruciaal dat we zo veel mogelijk inzetten op preventie en voorkomen dat iemand een delier krijgt.’
Samen een programma samenstellen
‘We hebben daarvoor een multidisciplinair prehabilitatieprogramma samengesteld. Dit hebben we zo veel mogelijk op maat aangeboden; de ene oudere is immers de andere niet. Iedere patiënt heeft in ieder geval een afspraak met een verpleegkundig specialist vaatchirurgie en met een fysiotherapeut. Vervolgens kunnen zij op indicatie doorverwezen worden naar de overige onderdelen van het programma, zoals de geriater, de diëtist, de rookstopcoach en de thuiszorgverpleegkundige. Deze persoonlijke aanpak past binnen ons streven naar passende zorg. Patiënten werden gemiddeld naar 3 van de 6 beschikbare onderdelen van het programma verwezen. Door personalisatie voorkomen we dus onnodige zorg en maken we het programma efficiënt en haalbaar. Een afspraak bij de geriater was bijvoorbeeld bij 74 procent van de patiënten nodig, een afspraak met de thuiszorg bij 7 procent.’
Het effect op de uitkomsten van de zorg
‘Vervolgens hebben we onderzocht wat het effect was van dit prehabilitatieprogramma op de zorguitkomsten. We constateerden onder meer een significant kortere ligduur bij beide ziektebeelden en minder kleine complicaties bij de patiënten met kritieke ischemie. Het aantal gevallen van delier daalde ook aanzienlijk door de prehabilitatie. Bij de AAA-patiënten zagen we een daling van 11 naar 4 procent en bij de patiënten met kritieke ischemie van 9 naar 2 procent. Die verschillen waren helaas niet significant, waarschijnlijk door de beperkte omvang van de hoeveelheid onderzochte patiënten. Desondanks kunnen we vaststellen dat prehabilitatie wel degelijk zinvol is.’
''Een belangrijke succesfactor voor een effectief prehabilitatieprogramma is teamwork tussen de betrokken disciplines.''
Iets langer wachten voor een betere uitkomst
‘De inzet van een prehabilitatieprogramma voor patiënten met kritieke ischemie was daarbij zeker niet vanzelfsprekend. Zij worden normaliter zo snel mogelijk (binnen 2 weken) behandeld om te voorkomen dat de ziekte verergert. Wij hebben het aangedurfd om hen tóch gedurende 3 weken de prehabilitatie aan te bieden vanuit onze overtuiging dat deze kwetsbare populatie profijt heeft van preoperatieve optimalisatie. Uit onze cijfers bleek dat dit veilig kon: het aantal grote complicaties, amputaties en overlijdens bleef onveranderd, terwijl het aantal kleine complicaties sterk daalde, net als de opnameduur. We hebben hiermee de bouwsteen gelegd voor vervolgonderzoeken voor prehabilitatie bij kritieke ischemie, omdat het een veilige interventie is. We gingen dus verder op de goede weg.’
Meerwaarde verder onderbouwen
‘Natuurlijk hebben we ook aan de betrokken patiënten gevraagd hoe zij de prehabilitatie hebben ervaren. Zij gaven ons programma gemiddeld een 8 en waren – naast de medische uitkomsten – vooral tevreden over de persoonlijke benadering en aandacht. Daarmee heeft dit onderzoek laten zien dat prehabilitatie een positief effect heeft. Prehabilitatie wordt echter nog niet vergoed vanuit de basisverzekering. Daar wil ik graag verandering in brengen. Prehabilitatie werkt en inmiddels is Amphia bezig met vervolgonderzoek (de zogeheten POCI-studie) om die meerwaarde verder te onderbouwen.’
Teamwork
‘Een belangrijke succesfactor voor een effectief prehabilitatieprogramma is teamwork tussen de betrokken disciplines. Deze zorgverleners hebben het programma mede mogelijk gemaakt: Rebecca van Gorkom en Fleur Toonders (verpleegkundig specialisten vaatchirurgie), René van Alphen en Tobias Jiran (fysiotherapeuten), Mettie Pijl en voorheen ook Karolien van Overveld (diëtisten) en Miriam Faes (geriater). Die wil ik dan ook hartelijk bedanken voor hun inzet!’