Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
Heupluxatie bij een totale heupprothese
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Heupluxatie bij een totale heupprothese

Wat is een luxatie?
U bent opgenomen in het ziekenhuis, omdat uw heupprothese uit de kom is gegaan. Dit heet een luxatie. De aanleiding hiervoor is vaak een te extreme beweging in het heupgewricht, waardoor de kop over de rand van de kom hevelt. Dit kan gebeuren bij bijvoorbeeld diep hurken, diep bukken, op de knieën zitten en dan vooroverbuigen of bij het op een kant draaien van het lichaam zonder dat de benen meegaan. Een luxatie kan ook komen door een val.

De meeste heupluxaties, 60 tot 80 procent, treden op in de eerste drie maanden na de heupoperatie. De kans op een luxatie is volgens de literatuur ongeveer 0,5 tot 7 %. In Amphia is dit 0,7 procent.

Verschillende factoren vergroten de kans op een luxatie:

  • Spierslapte direct na de operatie;
  • Algehele spier- / bandslapte bij bindweefselziekten;
  • Neurologische stoornissen met loop- of evenwichtsproblemen;
  • Leeftijd;
  • Fors overgewicht van de patiënt. Dit levert een sterk verhoogde kans op een luxatie op; bij een BMI (dit is een verhouding tussen gewicht en lichaamslengte) van boven de 40 zelfs vier keer zo groot.
  • De stand van de prothese beïnvloedt soms ook de kans op een luxatie.

Symptomen en diagnose
Hoe weet u of er sprak is van een heupluxatie? De symptomen zijn: U kunt de heup en het been plotseling niet meer goed bewegen. Veel pijn in het heupgebied, eventueel uitstralend naar het been. Het been aan de kant van de luxatie is korter. Met behulp van een röntgenfoto stelt de medisch specialist vast of het ook echt om een luxatie gaat.

Behandeling
De behandeling van een heupluxatie bij mensen met een heupprothese is het terugzetten van de kop in de kom. Dit noemen we een repositie. De medisch specialist trekt en draait hierbij aan het been, zodat de heup kop weer terugschiet in de kom. Vooraf krijgt u dan pijnstillende en/of spierverslappende medicijnen. Soms is een kortdurende narcose noodzakelijk. Een enkele maal lukt deze behandeling niet en moet de heup operatief weer in de kom gezet worden.

Hoe de behandeling verder verloopt hangt af van de oorzaak van de luxatie.
Als de luxatie snel na de operatie is gebeurd, kan het zijn dat u een brace (soort band om de heup) krijgt. Deze brace draagt u gedurende zes weken dag en nacht. Dit voorkomt dat u een ongewenste beweging maakt, waardoor de heup weer uit de kom zou gaan. Op deze manier krijgen uw spieren en banden de tijd om weer sterker te worden.

Als blijkt dat het probleem in de prothese zit, dan is een operatie soms een oplossing. Een deel van de prothese wordt daarbij vervangen.

Complicaties
De belangrijkste complicatie na een heupluxatie is een tweede luxatie. De heupprothese is dan opnieuw uit de kom gegaan.

De kans op een tweede luxatie is 20 procent als de eerste luxatie al snel na de heupoperatie is gebeurd; binnen drie maanden. Bij een late luxatie, langer dan drie maanden na de operatie, is dat meer dan 30 procent.

Leefregels
De volgende leefregels voorkomen dat uw prothese weer opnieuw uit de kom gaat. U dient zich hier gedurende zes weken aan te houden:

  • U mag niet op uw zij liggen.
  • Vermijd bewegingen als bukken, hurken en uw bovenbenen kruisen.
  • Doe alle oefeningen, thuis en bij fysiotherapie zoveel mogelijk zelf, met eigen spierkracht.
  • Ga niet op een te lage stoel zitten.
  • Als u draait terwijl u staat, doe dit niet in een keer maar stapsgewijs.
  • Gebruik bij het traplopen aan één kant de trapleuning.

Trap op: zet eerst het niet-geopereerde been omhoog, dan het andere been en de kruk.
Trap af: zet eerst de kruk en het geopereerde been omlaag en dan het niet-geopereerde been.

Controle
Na uw opname in het ziekenhuis komt u nog een aantal keren terug om uw herstel te bespreken.

  • Controle 6 - 8 weken na uw opname. Voorafgaand aan deze controle-afspraak, laat u eerst een röntgenfoto maken op de röntgenafdeling. De verpleegkundig specialist of orthopedisch chirurg voert vervolgens de controle uit.
  • Prothese-controle 1, 5 en 10 jaar na de prothese-plaatsing. Ook voorafgaand aan deze controle-afspraak, laat u eerst een röntgenfoto maken op de röntgenafdeling. De verpleegkundig specialist of orthopedisch chirurg voert vervolgens de controle uit.

Advies nodig of vragen
Heeft u na uw ontslag nog vragen, dan staan we u graag telefonisch te woord. Bij onverwachte problemen, die samenhangen met de opname, neemt u tot aan de eerste controle, contact op met de unit waar u verbleef.

Meer lezen over orthopedie bij Amphia?

Ga naar afdeling Orthopedie