Nederland krijgt te maken met een groot tekort aan longfunctieanalisten. De komende jaren gaat ongeveer de helft van de huidige 450 longfunctieanalisten met pensioen, terwijl jaarlijks maar een handjevol slaagt voor de opleiding. Het aantal patiënten neemt naar verwachting juist verder toe. Daarom is Amphia enkele jaren geleden al begonnen om zelf collega’s op te leiden. Ellen Beverdam heeft onlangs als eerste nieuwe longfunctieanalist de vierjarige opleiding afgerond. We spraken erover met Ellen en haar teammanager Jurgen van den Broek.
Zelf gaan opleiden
Jurgen: ‘Longfunctieanalisten zijn cruciaal binnen de polikliniek Longgeneeskunde. Daarom zijn we meteen een plan gaan uitwerken toen we in de gaten kregen dat er op termijn zo’n groot tekort zou ontstaan. Om aan de toekomstige behoefte van Amphia te kunnen voldoen, hebben we besloten om zelf mensen te gaan opleiden. Dat plan hebben we destijds aan de raad van bestuur voorgelegd, omdat het ook financiële consequenties had voor onze afdeling, onder meer qua bezetting. Zij hebben ons daarin gesteund, waar we nog steeds ontzettend blij mee zijn.’
Mensen helpen om door te groeien
‘Toen de opleidingsbevoegdheid geregeld was, gingen we op zoek naar mensen die naar deze functie wilden doorgroeien. Ellen zag de vacature voor longfunctieanalist in opleiding langskomen en had direct interesse. Zij werkte op dat moment bij ons als doktersassistente. Inmiddels zijn nog twee collega’s bezig aan de opleiding: één in het derde jaar en één in het tweede. Ik vind het belangrijk om mensen de gelegenheid te geven om door te groeien. Zelf heb ik in mijn carrière bij Amphia ook meerdere stappen kunnen zetten naar mijn huidige functie als teammanager.’
Ellen: 'Ik heb onderzocht in hoeverre de uitkomst van deze berekeningen overeenkwam met de uitkomst van de longfunctieonderzoeken na de operatie. Hieruit bleek dat de longfunctieonderzoeken na de operatie gemiddeld 8% gunstiger uitvielen dan de berekeningen vooraf.'
Werken met mensen én met techniek
Ellen zag de overstap wel zitten: ‘Longfunctieanalisten doen hartstikke leuk werk. We bepalen met verschillende technieken de longfunctie van patiënten die bijvoorbeeld astma of COPD hebben. De combinatie van werken met mensen en werken met apparatuur maakt het interessant. Aan de ene kant is het technisch, aan de andere kant is het heel persoonlijk. Je stimuleert mensen op een manier die bij hen past om mee te werken aan de relatief intensieve onderzoeken, waarbij ze meerdere blaasoefeningen moeten uitvoeren. Daarna maken we een analyse die we, samen met onze bevindingen, opslaan in het patiëntendossier. Zo beschikt de behandelend longarts steeds over de juiste informatie.’
Onderzoeken en keuringen
‘Als longfunctieanalist voer ik diverse longfunctieonderzoeken uit. Daarnaast zijn we betrokken bij sportmedische keuringen. Ook nemen we testen af bij mensen die COVID hebben gehad, bij mensen die gekeurd moeten worden om te mogen duiken en bij mensen met COPD die gekeurd moeten worden om een vliegreis te mogen maken.’
Onderzoek naar de manier van onderzoeken
‘Patiënten met ernstige COPD worden regelmatig gezien door een longarts. Om te kijken hoe het met de COPD gaat, komen deze patiënten vooraf bij ons langs voor meerdere longfunctieonderzoeken. Dat is voor deze patiëntengroep een behoorlijk intensieve activiteit. Daarom bekijkt mijn collega nu of er een minder intensieve variant van dit onderzoek mogelijk is die even goede resultaten oplevert. Zo kunnen we het onderzoek in de toekomst hopelijk wat vergemakkelijken.’
Onderzoek naar patiënten met longkanker
Om haar opleiding af te ronden, deed Ellen onderzoek naar patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom. ‘Bij deze vorm van longkanker wordt al het aangetaste longweefsel operatief verwijderd om genezing mogelijk te maken. Om te bepalen in hoeverre deze operatie mogelijk is, voeren we vooraf twee longfunctietesten uit. Tijdens een multidisciplinair overleg wordt – mede op basis van de resultaten – bepaald wat iemands resterende longfunctie zou zijn. Ik heb onderzocht in hoeverre de uitkomst van deze berekeningen overeenkwam met de uitkomst van de longfunctieonderzoeken na de operatie. Hieruit bleek dat de longfunctieonderzoeken na de operatie gemiddeld 8% gunstiger uitvielen dan de berekeningen vooraf. Daarbij wil ik wel een kanttekening plaatsen: het longfunctieonderzoek na de operatie wordt alleen uitgevoerd bij patiënten die problemen ervaren, zoals kortademigheid en benauwdheid. Wanneer patiënten deze klachten niet ervaren, wordt er geen longfunctieonderzoek uitgevoerd. Mogelijk zouden die patiënten een nog betere longfunctie hebben.’
Zelf ook collega’s opleiden
Het onderzoek van Ellen is zó goed ontvangen, dat ze nu samen met een arts-assistent stappen onderneemt om haar resultaten gepubliceerd te krijgen in een wetenschappelijk magazine. Daarnaast gaat ze nu ook helpen bij het opleiden van collega’s tot longfunctieanalist. ‘Het is een leuke functie die ik iedereen kan aanraden. Daarbij moet ik wel eerlijk zijn: de studie is pittig. Gelukkig heb ik die in deeltijd kunnen doen en heb ik alle medewerking van Amphia gekregen om er een succes van te maken. Dat is nodig, want twee derde van de starters haalt het einde van de opleiding niet. Dat maakt mij alleen maar nóg trotser dat ik alles in één keer gehaald heb en de opleiding op zo’n goede manier heb kunnen afronden. Nu ik gediplomeerd longfunctieanalist ben, kan ik echt mijn steentje bijdragen aan de zorg voor alle patiënten die baat hebben bij onze functieonderzoeken.’