Nog een halfjaar studeren en dan kan Ivo Noort zijn opleiding tot klinisch informaticus aan de TU Eindhoven (TU/e) afronden. In zijn werk bij Amphia houdt hij zich bezig met uitdagingen op het gebied van zorgtechnologie en bekijkt hij hoe we met technologie de zorg optimaal kunnen ondersteunen. ‘Met nieuwe apparatuur en een slimmere koppeling van de beschikbare data kunnen we bijvoorbeeld betere uitkomsten bereiken bij de acute zorg voor patiënten met een ernstige beroerte.’
Zo snel mogelijk naar het juiste ziekenhuis
Mensen moeten na een ernstige beroerte zo snel mogelijk naar het juiste ziekenhuis worden vervoerd. Ivo: ‘Elke dag krijgen bijna 30 mensen in Nederland te maken met een blokkade in een grote ader in hun hersenen, een zogeheten LVO. De symptomen zijn hetzelfde als bij een TIA, maar de behandeling is anders. Een TIA is met medicatie te behandelen op iedere spoedeisende hulp (SEH). Bij een LVO wordt het bloedstolsel dat de blokkade vormt uit de hersenen verwijderd met een trombectomie. Zo’n ingreep is echter maar bij 20 van de 77 SEH’s in Nederland mogelijk.’
Geen tijd te verliezen
‘Tot nu toe konden ambulancemedewerkers niet weten of een patiënt een TIA of een LVO heeft. Zij rijden standaard naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Daar kan dan tijdens een hersenscan blijken dat de patiënt een LVO heeft en dat die met spoed naar een ziekenhuis moet dat wél een trombectomie kan uitvoeren. Hierdoor gaan zo’n 60 tot 90 minuten verloren, terwijl de kans op een gunstige uitkomst iedere minuut afneemt.’
Een nieuw triageapparaat
Bij zijn onderzoek werkte Ivo nauw samen met TrianecT, een start-up vanuit het Amsterdam UMC. Zij ontwikkelden de Strokepointer, een triageapparaat dat binnen 2 minuten een ernstige beroerte kan vaststellen via een EEG (hersenfilmpje) en algoritmes. Zo is direct duidelijk waar een patiënt heen moet. ‘In de aanloop naar de lancering van de Strokepointer heb ik het ICT-landschap van de ambulancezorg in kaart gebracht voor een optimale integratie. Ook heb ik onderzocht wat ambulancemedewerkers en neurologen nodig hebben aan gegevens. Het is bijvoorbeeld belangrijk dat de neuroloog het EEG-filmpje uit de ambulance alvast kan bekijken terwijl de patiënt nog onderweg is. Blijkt het om een LVO te gaan, dan kunnen het team en de behandelkamer al in gereedheid worden gebracht. Daardoor kan het bloedstolsel zo snel mogelijk worden verwijderd, wat de kans op herstel vergroot.’
'Ambulanceverpleegkundigen zag ik acute zorg verlenen én nog allerlei gegevens invoeren. Zo iemand moet zich toch volledig kunnen concentreren op de patiëntenzorg?'
Verschillende informatiesystemen
Tijdens zijn stage bij de RAV (Regionale Ambulancevoorziening) bleek dat het een uitdaging was om alle gegevens efficiënt en veilig bij het ziekenhuis te krijgen. In Nederland zijn namelijk 3 informatiesystemen voor ambulances in gebruik, die allemaal nét iets anders werken. ‘Dankzij de Informatiestandaard Acute Zorg van Nictiz liggen er gestandaardiseerde protocollen om informatie snel en foutloos te delen. Deze protocollen zijn weliswaar in alle systemen geïntegreerd, maar de koppeling met de medische apparatuur verloopt nog niet overal even soepel.’
Handmatige invoer
Ook de registratielast voor ambulancepersoneel vindt Ivo te hoog. ‘Tijdens mijn stage zag ik ambulanceverpleegkundigen acute zorg verlenen en ondertussen óók nog allerlei gegevens handmatig invoeren. Zo iemand moet zich toch volledig kunnen concentreren op de patiëntenzorg? Het is bovendien foutgevoelig en onnodig: alle gegevens, zoals het ritnummer, zijn al bekend en kunnen automatisch gekoppeld worden. Mijn wens is dat de apparatuur in alle Nederlandse ambulances straks net zo soepel samenwerkt als het personeel.’
Van elkaar leren
Ivo zet zich ook binnen Amphia in om de gegevensuitwisseling met de ambulances en de RAV uit te breiden. ‘We willen eerder toegang krijgen tot de medische gegevens van patiënten die onderweg zijn, zodat we sneller kunnen helpen. Bij aankomst is er dan ook geen mondelinge overdracht meer nodig, waarmee we fouten voorkomen. Daarnaast geeft dit Amphia ook de mogelijkheid om feedback te geven aan de RAV: welke behandeling heeft een patiënt nadien gekregen? En waren er nog verbeterpunten voor de overdracht? Daar kan de RAV zijn voordeel mee doen.’
Hoe complexer, hoe beter
In de toekomst wil Ivo graag mee blijven denken bij dit soort complexe vraagstukken. ‘Het kan mij niet ingewikkeld en uitdagend genoeg zijn. Ik heb de uitkomsten van mijn onderzoek ook zo breed mogelijk gedeeld, zodat alle belanghebbenden ervan kunnen leren. Door de gegevensuitwisseling slimmer in te richten, slaan we meerdere vliegen in één klap. De uitkomsten van onze zorg verbeteren doordat zorgverleners sneller kunnen handelen met een lagere werkdruk en minder kans op fouten doordat we handmatige invoer zo veel mogelijk elimineren. Daardoor heeft de patiënt een betere kans op herstel en een betere kwaliteit van leven. Dankzij dit verbeterde herstel en de efficiëntere inzet van ambulances en zorgpersoneel nemen ook de maatschappelijke kosten aanzienlijk af. En dát is nu precies wat ik zo mooi vind aan mijn werk als klinisch informaticus.’