Een patiënt voorbereiden op een hartoperatie draait al lang niet meer alleen om de operatie zelf. Ook de conditie vóór de ingreep bepaalt hoe goed iemand herstelt. Toch blijft één belangrijk probleem vaak onopgemerkt: bloedarmoede door ijzertekort. Anesthesiologen Thijs Rettig en Joachim Bosboom in Amphia, willen daar verandering in brengen. Samen met de Nederlandse Hart Registratie (NHR) starten zij een landelijk kwaliteitsproject om bloedarmoede vóór hartoperaties beter op te sporen en te behandelen. Een project dat mogelijk duizenden patiënten helpt.
Vergelijken en van elkaar leren
Bij patiënten die een hartoperatie nodig hebben, komt bloedarmoede veel voor. Ongeveer één op de vier patiënten heeft ermee te maken. Dat vergroot de kans op complicaties tijdens en na de operatie. “Uit onderzoek blijkt dat bloedarmoede schadelijk is,” vertelt Thijs. “Maar bloed geven is niet automatisch de oplossing. Toch gebeurde dat in de praktijk vaak nog wel.” De anesthesiologen deden al jarenlang onderzoek naar dit onderwerp. Daarvoor gebruikten zij ook gegevens uit de Nederlandse Hart Registratie (NHR), een landelijke kwaliteitsregistratie waarin allerlei gegevens over patiënten die een hartoperatie wordt bijgehouden. “Met die data kun je ziekenhuizen met elkaar vergelijken en van elkaar leren,” legt Thijs uit. “Je hebt direct toegang tot gegevens van tienduizenden patiënten. Dat is enorm waardevol.” Uit onderzoeken kwam steeds dezelfde conclusie naar voren: patiënten met bloedarmoede hebben een grotere kans op complicaties en overlijden. Tegelijkertijd zagen de artsen dat behandeling vaak uitbleef. “Toen dachten we: we kunnen nog tien wetenschappelijke artikelen schrijven, maar we moeten het nu gewoon gaan doen.”
“De patiënt merkt er nauwelijks iets van, maar het kan wél veel verschil maken in de uitkomst van de operatie. Want wanneer het ijzertekort op tijd wordt behandeld, herstelt de bloedarmoede vaak nog vóór de operatie.''
Van onderzoek naar echte verandering
Daarom startten Thijs en Joachim een landelijk kwaliteitsproject. Het doel: bloedarmoede eerder herkennen en behandelen voordat een patiënt de operatiekamer ingaat. Dat klinkt simpel, maar in de praktijk bleek het lastig geregeld. “Er was eigenlijk geen duidelijke probleemeigenaar,” zegt Thijs. “Cardiologen zien de patiënt eerst, daarna volgt de verwijzing naar de hartchirurg en als laatste de anesthesioloog. Pas vlak voor de operatie ging soms een belletje rinkelen dat er sprake was van bloedarmoede.” Volgens hem lag het probleem vooral in het ontbreken van een structurele aanpak. “Iedereen wist eigenlijk wel dat je er iets mee moet doen. Het staat ook gewoon in de richtlijnen. Maar niemand maakte zich er echt hard voor.” Dat doen Thijs en Joachim nu wel.
Automatisch controleren op ijzertekort
Binnen Amphia is inmiddels een belangrijke stap gezet. Wanneer uit bloedonderzoek blijkt dat een patiënt bloedarmoede heeft, wordt nu automatisch gekeken of er sprake is van ijzertekort. “Dan kunnen we die patiënt behandelen met ijzer,” legt Joachim uit. “Zo simpel is het eigenlijk.’’ Die behandeling gebeurt via een infuus en duurt ongeveer een half uur. Voor patiënten verandert er verder weinig aan het zorgproces. “De patiënt merkt er nauwelijks iets van,” zegt Thijs. “Maar het kan wel veel verschil maken in de uitkomst van de operatie. Want wanneer het ijzertekort op tijd wordt behandeld, herstelt de bloedarmoede vaak nog vóór de operatie. Daardoor neemt de kans op complicaties af en zijn minder bloedtransfusies nodig.’’
''Wat het project extra bijzonder maakt, is dat meerdere ziekenhuizen in Nederland meedoen. Inmiddels hebben acht tot negen hartchirurgische centra zich aangesloten. Je merkt dat er echt draagvlak ontstaat.”
Grote impact voor veel patiënten
De impact kan groot zijn. In Nederland ondergaan jaarlijks ongeveer 10.000 mensen een hartoperatie. Naar schatting hebben zo’n 2.500 van hen bloedarmoede. “Als je bij één op de vier patiënten de kwaliteit van zorg kunt verbeteren, dan is dat echt enorm,” zegt Thijs. Hartchirurgische patiënten gebruiken bovendien veel bloedproducten. Joachim: “Van alle bloedtransfusies in Amphia gaat ongeveer de helft naar hartchirurgische patiënten.'' Minder bloedtransfusies betekent dus niet alleen minder risico’s voor patiënten, maar ook beter en zorgvuldiger gebruik van bloedproducten.
Landelijke samenwerking
Wat het project extra bijzonder maakt, is dat meerdere ziekenhuizen in Nederland meedoen. Inmiddels hebben acht tot negen hartchirurgische centra zich aangesloten. “Je merkt dat er echt draagvlak ontstaat,” zegt Thijs. “Door de onderzoeken die we eerder publiceerden, was het zaadje al geplant. In dit project gaan we elke zes maanden de resultaten bespreken en krijgen ziekenhuizen inzicht in hun eigen cijfers. Zo ontstaat een continue vergelijking en kunnen ziekenhuizen van elkaar leren. Je maakt het tastbaar. Dat helpt om echt verandering in gang te zetten.”
Eerste landelijke kwaliteitsproject van anesthesiologen
Volgens Thijs is het project ook vernieuwend omdat anesthesiologen hierin landelijk het initiatief nemen. “Het is het eerste kwaliteitsproject van anesthesiologen binnen de Nederlandse Hart Registratie. Dat vind ik wel bijzonder.” Maar uiteindelijk draait het niet om erkenning, benadrukken de artsen. Het gaat om betere zorg voor patiënten. “Wij willen gewoon dat zoveel mogelijk patiënten met bloedarmoede behandeld worden vóór hun operatie,” zegt Thijs. “En als het niet lukt? Dan hebben we het in ieder geval geprobeerd. Maar niets doen is geen optie meer.”