Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
ECMO: Extra Corporale Membraan Oxygenatie
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

ECMO: Extra Corporale Membraan Oxygenatie

Deze informatie is voor familie en naasten van patiënten op de IC van Amphia.

Op dit moment ondersteunen wij uw familielid of naaste met een ECMO: Extra Corporale Membraan Oxygenatie. Een ECMO neemt tijdelijk geheel of gedeeltelijk de functie over van het hart en/of de longen. De ECMO is vergelijkbaar met een hartlongmachine die tijdens veel hartoperaties wordt gebruikt.

Een ECMO-behandeling is nodig wanneer het hart en/of de longen door een ziekte of aandoening zeer slecht functioneren en alle andere mogelijkheden onvoldoende helpen. De ECMO geeft het hart en/of de longen de tijd om te herstellen.

Waarom een ECMO-behandeling?
ECMO is mogelijk voor patiënten bij wie:

  • het hart slecht werkt en de hartfunctie tijdelijk moet worden overgenomen of ondersteund.
  • de longen onvoldoende werken en bij wie beademen alléén onvoldoende helpt.

Hart
Wanneer het hart te ziek is om voldoende bloed rond te kunnen pompen, kan een ECMO de hartfunctie tijdelijk overnemen. De ECMO geneest het hart niet, maar geeft het de tijd om te herstellen van de aandoening. Artsen hebben nu ook de tijd om een behandelplan op te stellen voor de slechte hartfunctie.

Longen
De longen kunnen te ziek zijn om voldoende zuurstof op te nemen en/of koolzuurgas uit te scheiden. De ECMO zorgt ervoor dat er voldoende zuurstof in het bloed komt en dat het koolzuurgas wordt verwijderd. Zo krijgen de longen de mogelijkheid om te herstellen. Patiënten aan de ECMO worden ook altijd beademd. Als de longen voldoende hersteld zijn, wordt de ECMO gestopt. Beademing is dan meestal nog wel enige tijd nodig.

Hoe werkt de ECMO?
Op een aantal plaatsen wordt bij de patiënt een doorzichtige slang (canule) ingebracht. Deze wordt verbonden met de ECMO. Dit gebeurt in de liezen, de hals of bij het borstbeen. Het inbrengen van de canules vindt plaats op de intensive care (IC), in de hartkatheterisatiekamer of in de operatiekamer.

Het bloed stroomt via de canules uit de patiënt naar de ECMO. Deze voegt zuurstof toe en verwijdert koolzuurgas, waarna het bloed weer teruggaat naar de patiënt. De ECMO kan door aanpassingen in de hoeveelheid bloed die hij rondpompt de hartfunctie volledig overnemen. Om te voorkomen dat het bloed in de ECMO stolt, krijgt de patiënt antistollingsmedicijnen.

Wat gebeurt er verder tijdens een ECMO-behandeling?

  • Elke dag maken we een röntgenfoto van het hart en de longen. Zo zien we of er veranderingen optreden in de longen en controleren we de positie van de canules.
  • Meerdere keren per dag nemen we bloed af. Afhankelijk van de uitslagen passen we de medicijnen en/of de ECMO-instellingen aan.
  • De nierfunctie van de patiënt wordt goed gecontroleerd. Als de nieren onvoldoende werken, is mogelijk een nierfunctie vervangende therapie nodig.
  • Om te voorkomen dat het bloed in de ECMO stolt, krijgt de patiënt antistollingsmedicijnen.
  • Soms krijgt de patiënt een zakje bloed toegediend.
  • Tijdens de behandeling krijgt de patiënt via een infuus continu slaap- en pijnbestrijdingsmedicatie.
  • Voeding wordt gegeven via een infuus of maagsonde.

De risico’s van ECMO
Patiënten die een ECMO nodig hebben, zijn ernstig ziek en zouden zonder deze ondersteuning hoogstwaarschijnlijk overlijden. Een ECMO-behandeling is echter niet zonder risico’s.

Doordat de patiënt antistollingsmedicijnen krijgt, bestaat er een risico op bloedingen. Deze kunnen plaatsvinden bij de canules, maar ook elders in het lichaam. Daarnaast lopen ernstig zieke patiënten altijd het risico op een infectie. Uiteraard doen we ons uiterste best om deze risico’s te beperken.

En als een ECMO-behandeling niet helpt?
Tijdens de ECMO-behandeling houdt een arts en/of een verpleegkundige u op de hoogte van de toestand van uw familielid of naaste. Ondanks alle inspanningen van het IC-team, bestaat de kans dat uw familielid of naaste niet beter wordt. Als er geen verbetering optreedt of de patiënt verder achteruitgaat, dan bespreekt de arts dit met u.

Vragen?
Wij helpen u graag. U kunt contact opnemen met de assistent of uw behandelend specialist.

www.amphia.nl