Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
Antistollingsmedicatie
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Antistollingsmedicatie

Uw arts heeft u antistollingsmedicijnen voorgeschreven. In deze folder vindt u meer informatie over deze medicijnen.

Wat zijn antistollingsmedicijnen?
Antistollingsmedicijnen (ofwel: anticoagulantia) zijn medicijnen die de stolling van het bloed verminderen of vertragen. Ze worden ook wel bloedverdunners genoemd. Dit is eigenlijk niet de juiste naam. Het bloed wordt niet dunner, het stolt alleen minder snel.

Wanneer antistollingsmedicijnen?
Artsen schrijven antistollingsmedicijnen voor bij ongewenste stolsels of een risico hierop. Denk bijvoorbeeld aan een trombosebeen, longembolie of hartritmestoornis. De arts heeft met u besproken wat de reden is dat u antistollingsmedicatie gebruikt en hoe lang u dit moet gebruiken.

Soorten antistollingsmedicijnen
Er zijn verschillende soorten antistollingsmedicijnen:

  • Bloedplaatjesremmers Voorbeelden hiervan zijn: Acetylsalicylzuur (aspirine), carbasalaatcalcium (Ascal), clopidogrel (Plavix), dipyridamol (Persantin), prasugrel (Efient) en ticagrelor (Brilique).
  • Vitamine K Antagonisten (VKA) Voorbeelden hiervan zijn: acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar). De arts meldt u bij het gebruik van VKA aan bij een trombosedienst.
  • Directe Orale Anti Coagulantia (DOAC) Voorbeelden hiervan zijn: dabigatran (Pradaxa), rivaroxaban (Xarelto), apixaban (Eliquis) en edoxaban (Lixiana).
  • ​Laag Moleculair Gewicht Heparine (LMWH) Dit zijn injecties, zoals: dalteparine (Fragmin), nadroparine (Fraxiparine), tinzaparine (Innohep) en enoxaparine (Clexane).

De arts heeft met u besproken welke antistollingsmedicatie in uw geval geschikt is.

Inname antistollingsmedicijnen
Volg nauwkeurig het voorschrift van de arts of trombosedienst op.
Het kan zijn dat u een keer vergeet om uw medicijnen in te nemen. Handelt u dan als volgt:

  • Bent u vergeten de bloedplaatjesremmer in te nemen? Neem deze dan dezelfde dag nog in. Ontdekt u het pas de volgende dag? Sla de vergeten dosis over en neem de normale dosis.
  • Bent u vergeten de acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar) in te nemen? Neem die dan dezelfde dag alsnog in. Ontdekt u het pas de volgende dag? Bel dan eerst de trombosedienst voor overleg.
  • Rivaroxaban (Xarelto) en edoxaban (Lixiana) gebruikt u 1 x per dag. Als u op de dezelfde dag ontdekt dat u uw medicatie vergeten bent, neem deze alsnog in. Ontdekt u het de volgende dag? Sla dan de vergeten tablet over en ga verder met de eerstvolgende tablet.
  • Dabigatran (Pradaxa) en apixaban (Eliquis) gebruikt u 2 x per dag. Een vergeten tablet kunt u alsnog innemen als het nog meer dan zes uur duurt voordat u de volgende tablet gaat slikken. Duurt het minder dan zes uur voordat u de volgende tablet gaat slikken? Dan moet u de vergeten tablet overslaan.
  • Injecties LMWH: Als u 1 x per dag spuit: ontdekt u op dezelfde dag dat u het vergeten bent, spuit dan alsnog. Ontdekt u het de volgende dag? Sla dan het vergeten spuitje over en ga verder met de eerstvolgende spuit. Als u 2 x per dag spuit: zet u de vergeten spuit alsnog als het meer dan 6 uur duurt voordat u het volgende spuitje zet. Duurt het minder dan 6 uur voordat u weer spuit? Sla dan het vergeten spuitje over en ga door volgens voorschrift.

Bijwerkingen en risico’s antistollingsmedicijnen
Wanneer een antistollingsmedicijnen gebruikt, heeft u meer kans op bloedingen. Het kan zijn dan u sneller, langer en heviger bloedt dan iemand die deze medicijnen niet gebruikt. Er zijn situaties waarbij u direct contact op moet nemen met uw (huis)arts.

BELANGRIJK
Heeft u een van ondergenoemde klachten, neem dan contact op met de arts die u de medicatie heeft voorgeschreven of met uw huisarts:

  • uw urine roodgekleurd is
  • uw ontlasting zwart is of er sprake is van bloedverlies uit uw darmen
  • u bijvoorbeeld uw arm of been niet goed meer kunt bewegen
  • u plotseling niet meer goed kunt praten
  • ​u plots ontstane, hevige pijn heeft (bijvoorbeeld in uw buik)
  • u een blauwe plek heeft die groter is dan 10 cm2
  • u plotseling meer dan vijf blauwe plekken heeft
  • u een bloedneus heeft die langer dan een half uur duurt
  • u bloed ophoest of bloed overgeeft
  • u merkt dat u ergens anders een (ernstige) bloeding heeft

Gebruikt u acenocoumarol of fenprocoumon (Marcoumar), neem dan ook contact op met de trombosedienst waar u bent ingeschreven.

Waar moet u op letten?

  • Gebruik de medicatie zoals de arts ze heeft voorgeschreven. Als u een dosis bent vergeten volg dan de instructies op zoals eerder beschreven in deze folder (zie ‘Inname antistollingsmedicatie’) of overleg met uw (huis)arts of apotheker.
  • Gebruik de bloedverdunners alleen in overleg met uw (huis)arts of apotheker in combinatie met andere medicijnen. Neem ook nooit zonder te overleggen medicijnen in die u zelf heeft gekocht bij apotheek of drogist.
  • Gebruik geen pijnstillers die een ontsteking remmen (NSAID), zoals aspirine, ibuprofen, naproxen en diclofenac. Deze pijnstillers hebben een nadelig effect op de bloedstolling. Heeft u koorts of pijn neem dan alleen paracetamol of overleg met uw (huis)arts of apotheker welke andere medicijnen u mag gebruiken.
  • Heeft u een ongeluk gehad? Of heeft u een grote blauwe plek of (ernstige) bloeding? Neem dan contact op met uw (huis)arts.
  • Meld bij elk bezoek aan de huisarts, tandarts of specialist dat u antistollingsmedicijnen gebruikt. Doe dit ook als u in het ziekenhuis wordt opgenomen. Tip: Neem altijd een actueel medicatieoverzicht mee naar uw afspraak bij uw huisarts, tandarts of specialist.

​Sporten met antistollingsmedicijnen
Vanwege de verhoogde kans op bloedingen bij gebruik van antistollingsmedicijnen worden contactsporten (sporten waarbij er veel contact is met een tegenstander, zoals voetbal, rugby, boksen etc.) afgeraden zolang u deze medicijnen gebruikt. Ook andere activiteiten waarbij er een verhoogde kans bestaat op lichamelijk letsel (zoals paardrijden, skiën etc.) kunt u beter vermijden. Neem geen onnodige risico’s. Mocht u zich toch verwonden neem dan contact op met uw (huis)arts. Zeker als u een wond heeft aan uw hoofd of op uw hoofd gevallen bent.

Zwangerschap en antistollingsmedicijnen
Niet alle antistollingsmiddelen zijn veilig in de zwangerschap. Het gebruik van VKA (acenocoumarol en fenprocoumon (Marcoumar)) en DOAC (dabigatran (Pradaxa), rivaroxaban (Xarelto), apixaban (Eliquis) en edoxaban (Lixiana)) kunnen schadelijk zijn voor het ongeboren kind. Bespreek een zwangerschapswens altijd eerst met uw behandelend arts. Hij/ zij zal u adviseren over gebruik van antistollingsmedicijnen die veilig zijn in de zwangerschap en u mogelijk alvast overzetten op andere medicijnen. Het is verstandig om tot die tijd anticonceptie te gebruiken. In de zwangerschap worden vrouwen meestal behandeld met LMWH. Deze medicijnen zijn veilig in de zwangerschap omdat ze niet door de placenta bij de baby komen.

U ondergaat een operatie of onderzoek en gebruikt antistollingsmedicijnen
Als u een operatie of onderzoek (zoals een darm- of maagonderzoek) moet ondergaan kan het zijn dat u tijdelijk moet stoppen met uw antistollingsmedicijnen. Meld het gebruik van antistollingsmedicatie daarom altijd aan uw behandelend arts. Hij/zij bespreekt met u of en wanneer u moet stoppen met deze medicijnen. In sommige gevallen krijgt u ter vervanging tijdelijk een ander antistollingsmedicijn.
Tip: Neem altijd een actueel medicatieoverzicht mee naar uw afspraak in het ziekenhuis.

U stopt met de antistollingsmedicijnen
U gebruikt uw antistollingsmedicatie totdat uw arts u meldt dat u hiermee mag stoppen. Belangrijk om te weten bij het stoppen met antistollingsmedicatie:

  • U mag direct stoppen. Het is niet nodig om antistollingsmedicijnen af te bouwen. Staat u onder controle van de trombosedienst ? Vraag dan een schriftelijke bevestiging van uw arts dat u mag stoppen met uw medicijnen. Stuur deze vervolgens naar de trombosedienst.
  • Antistollingsmedicatie die u niet meer gebruikt brengt u terug naar uw apotheek.

Wilt u meer lezen over onze zorg?

Ga naar Folders