Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
Injectie bij het Carpale Tunnel Syndroom (Anesthesiologie)
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Injectie bij het Carpale Tunnel Syndroom (Anesthesiologie)

Uw neuroloog heeft met u besproken dat uw klachten veroorzaakt worden door het zogenaamde Carpale Tunnel Syndroom (CTS).

Wat is het Carpale tunnel Syndroom?
Het Carpale Tunnel Syndroom is een beknelling van de middelste zenuw (nervus medianus) in de pols. Deze zenuw verloopt van de onderarm naar de handpalm via een soort tunnel die wordt gevormd door de handwortelbeentjes en een stevig peesblad (de dwarse polsband) aan de handpalmzijde van de pols. Door die tunnel lopen ook de buigpezen van de vingers. De beknelling van de zenuw kan optreden wanneer door zwelling van de weefsels in of rond de tunnel de druk in de tunnel toeneemt.

Klachten
De klachten die hiervan het gevolg zijn, kunnen nogal uiteenlopen. Zo kunt u last hebben van:

  • Een prikkelend en pijnlijk gevoel of tintelingen in de vingers en in de hand.
  • Een doof gevoel in de handpalm en in de vingers.
  • Soms een gevoel alsof de hand gezwollen is.
  • Een uitstralende pijn naar de onderarm, de elleboog en de schouder
  • Soms krachtverlies in uw hand waardoor u zomaar dingen kunt laten vallen.

Heel vaak komen deze klachten in de loop van de nacht voor en zorgen ze ervoor dat u wakker wordt. Hoewel de klachten meestal aan één hand voorkomen, kan het ook gebeuren dat patiënten last krijgen van de andere hand. De klachten komen zowel bij mannen als bij vrouwen voor. Merkwaardig is dat de klachten nogal eens tijdens een zwangerschap of aan het begin van de overgang optreden.

Behandeling van het Carpale Tunnel Syndroom
Een mogelijke behandeling voor dit ziektebeeld is een injectie met corticosteroïden en een pijnstillend middel (Depo-Medrol® met lidocaïne) in uw pols.

De afdeling Pijngeneeskunde roept de patiënt op.

Heeft u veel minder of helemaal geen pijn meer of bent u op het tijdstip van de afspraak verhinderd, wilt u dan de afspraak afzeggen. In uw plaats kan een andere patiënt geholpen worden.

De medicijnen en de injectie
Het medicijn Depo-Medrol® bestaat uit methylprednisolonacetaat (40 mg) en lidocaïnehydrochloride (10 mg). De injectie (1 cc) wordt gegeven door de anesthesist. Voor de behandeling krijgt u nog een mondelinge toelichting.

Gebruikt u bloedverdunners (Acenocoumarol of Fenprocoumon) of bent u allergisch voor lidocaïne, meld dit dan vooraf aan uw neuroloog en de anesthesist.

De injectie met medicijnen is pijnlijk, maar de behandeling duurt maar even. De pijn kan echter nog aanhouden.

Na de injectie kunt u direct naar huis. Het is raadzaam als u iemand meeneemt naar het ziekenhuis. Deze persoon kan u na de injectie thuisbrengen. Zelf autorijden raden wij u af.

Na de injectie hoeft u geen rust te houden, u kunt uw vingers, hand en arm normaal bewegen.

Wat te doen bij problemen na de injectie?
Bij elke medische ingreep kunnen er complicaties optreden. De verwachting is dat deze na de injectie zeer weinig of helemaal niet zullen voorkomen.

Tot enkele dagen na de injectie kunt u iets meer pijn hebben wat in de loop der tijd minder zal worden.

De pijn kunt u het beste opvangen door het gebruik van pijnstillers (bijvoorbeeld paracetamol 3 maal per dag 1000 mg).

Indien u zeer heftige pijn krijgt in uw pols en/of arm welke duidelijk veel meer is dan vóór de injectie, kunt u contact opnemen met de polikliniek van de afdeling Pijngeneeskunde.

Ook bij zwakte van uw vingers en/of hand zonder (toename van de) pijn wordt u verzocht contact op te nemen.

Bij veel klachten in de eerste 4 dagen na de injectie buiten kantooruren kunt u het beste eerst contact zoeken met de dienstdoende anesthesist, via het algemene telefoonnummer van het ziekenhuis. Na het verstrijken van deze 4 dagen dient u allereerst de dienstdoende huisarts te raadplegen.

Kunnen de klachten terugkomen?
De injectie met Depo-Medrol® kan uw klachten verminderen, maar het is mogelijk dat uw klachten na verloop van tijd toch terugkomen. Dit zal sterk afhankelijk zijn van de oorzaak en de ernst van het Carpale Tunnel Syndroom. In overleg met uw anesthesist kan dan eventueel gekozen worden voor een 2e injectie of een andere vorm van behandeling (bijvoorbeeld een operatie).

Controle
De afdeling Pijngeneeskunde plant samen met u een vervolgafspraak in. Deze vervolgafspraak dient plaats te hebben 4 tot 6 weken na de injectie. U kunt deze controle al afspreken als de datum van de behandeling bekend is.

Vragen?
Wij helpen u graag. U kunt contact opnemen met de assistent of uw behandelend specialist van de afdeling Pijngeneeskunde.

  • Locatie Molengracht:
    T (076) 595 30 09
  • Locatie Pasteurlaan:
    T (0162) 32 70 40

Meer lezen over anesthesiologie in Amphia?

Ga naar afdeling Anesthesiologie