Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Informatie over borstvoeding
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Informatie over borstvoeding

In deze folder leest u informatie over borstvoeding en de voordelen van moedermelk voor u en uw baby.

Ook praktische zaken komen aan bod.  Ook is er ruimte voor een persoonlijk borstvoedingsdagboek. Naast deze folder kunt  U ook nog een cursus volgen om goed voorbereid te zijn op het geven van borstvoeding.

Algemene informatie

Waarom borstvoeding?

Na de geboorte heeft ieder kind het eerste half jaar alleen melkvoeding nodig. Borstvoeding is de meest natuurlijke en complete voeding. Het bijzondere aan borstvoeding is dat de samenstelling zich voortdurend aanpast aan de behoefte van de baby.

De natuur regelt precies wat uw baby nodig heeft! Borstvoeding bevat alle voedingsstoffen die een baby nodig heeft om te groeien, weerstand op te bouwen en zich goed te ontwikkelen. Ook zitten er in borstvoeding antistoffen die uw baby op korte en lange termijn beschermen tegen infecties.

Exclusieve borstvoeding (alleen borstvoeding, zonder bijvoeding gedurende 3 maanden of langer) heeft een beschermend effect tegen allergische aandoeningen zoals eczeem en astma. Het effect is het grootst als de ouder(s) en/of het broertje of zusje een allergische aandoening heeft (hebben). Bovendien stimuleert het drinken aan de borst de ontwikkeling van de kaak- en mondspieren.

Er zijn ook gunstige effecten aangetoond op de gezondheid van de moeder die haar kinderen geruime tijd borstvoeding geeft:

Minder kans op kanker van de eierstokken;

Minder kans op borstkanker bij vrouwen onder de 40 jaar; Minder kans op osteoporose (botontkalking).

Tijdens de zwangerschap

Als u heeft besloten om borstvoeding te gaan geven, is het verstandig om van tevoren informatie te verzamelen over borstvoeding. Borstvoeding geven is een natuurlijk proces. Het aanleggen door de moeder en het aan happen door de baby kan wat oefening vragen.

Een goede voorbereiding helpt u om te begrijpen waarom bepaalde dingen belangrijk zijn zodat u daar naar kunt handelen. Bezoek indien mogelijk een voorlichtingsavond over borstvoeding bij u in de buurt.

Ook kunt u informatie krijgen bij de geschoolde ervaringsdeskundigen zoals de vrijwilligers van de borstvoedingsorganisatie La Leche League (LLL) of in het borstvoedingscafé, een plaats waar moeders ervaringen uitwisselen onder begeleiding van een Lactatiekundige. Het helpt om informatie uit te wisselen met andere moeders bij het geven van borstvoeding.

Als u borstvoeding gaat geven, hoeft u geen extra benodigdheden voor de baby aan te schaffen. Voor uzelf is het wel prettig als u aan het eind van de zwangerschap een voedingsbeha aanschaft, meestal een maat groter dan uw cupmaat op dat moment. Laat u zo mogelijk deskundig adviseren. Voedingsbh’s hebben de mogelijkheid om eenvoudig de borst aan de voorkant te ontbloten, zonder dat de borst wordt afgekneld. Daarnaast geeft een voedingsbeha ook steun op de juiste plaatsen. Let er bij beugelbeha’s goed op dat deze niet afknellen.

Veel vrouwen vragen zich af of zij borstvoeding kunnen geven, bijvoorbeeld omdat hun tepels wat vlak of ingetrokken zijn. Borstvoeding geven is goed mogelijk bij vlakke of ingetrokken tepels, mits de baby goed heeft aan gehapt. De tepel verandert nog van vorm door de borstvoeding. In twijfelgevallen of in geval van problemen met de borstvoeding kunt u het best professionele hulp zoeken. Vraag bij uw verzekering van te voren na of u verzekerd bent voor Lactatiekundige begeleiding.

Cursus 'Borstvoeding: de beste start'

In Amphia wordt deze cursus gegeven. Soms vergoed uw verzekering de kosten van een cursus.

Raadpleeg voor data, tijden en overige informatie de folder van de cursus

(https://www.amphia.nl/folders/gynaecologie-en-zwangerschap-cursus-borstvoeding-de-beste-start).

Informatie over het geven van borstvoeding

Wanneer voor het eerst voeden?

De meeste pasgeborenen hebben het eerste uur na de geboorte een sterke zuigreflex. Wanneer u ongestoord huid op huid contact heeft voor minimaal een uur zal uw baby op eigen tempo op zoek gaan naar de borst en pogingen doen om aan te happen. Wanneer u uw baby aanlegt zo vaak hij wil, maar in het begin minimaal 8-12 x per dag, dan komt de borstvoeding het snelst op gang. Door het zuigen trekt bovendien uw baarmoeder krachtig samen, waardoor deze sneller terug is in de oorspronkelijke positie.

Colostrum

Met de eerste voedingen krijgt uw kind colostrum binnen. Dit is een dik, gelig vocht, dat zeer rijk is aan antistoffen welke bescherming geven tegen allerlei infecties. Deze eerste melk is eiwitrijk en licht verteerbaar. Bovendien werkt colostrum enigszins laxerend, zodat uw baby zijn eerste ontlasting (meconium) gemakkelijk kwijtraakt.

Rooming-in / Gezinssuites

 

In principe worden moeder en kind niet van elkaar gescheiden in het ziekenhuis. Dit noemen we rooming-in. Door de nabijheid leert u als moeder uw baby kennen en kunt u reageren op de behoefte aan lichaamscontact en voeding van uw baby. U kunt uw baby voeden bij de eerste hongersignalen, waardoor uw melkproductie zich afstemt op de behoefte van uw baby. Borstvoeding is een proces van vraag en aanbod! Het is een natuurlijke behoefte van de baby om dicht bij u te zijn. Een moeder die dicht bij haar kind is leert snel haar kindje kennen. Het samenzijn heeft ook een hormonale invloed op moeder en kind. Dit bevordert de hechting tussen u en uw baby.

Hongersignalen

Baby’s zenden signalen uit die erop duiden dat ze honger hebben. We noemen dat hongersignalen. Het is het beste om uw baby al bij de eerste signalen uw borst aan te bieden. Veel mensen denken dat huilen de enige taal is die hun baby spreekt, maar dat is niet helemaal juist. De signalen die uw baby uitzendt, zijn subtiel en u leert als ouders snel wat uw baby bedoelt.

Uw baby ontwaakt langzaam uit zijn slaap, begint wat te bewegen, hij zoekt met zijn mondje en als dan toevallig zijn handjes voorbijkomen, gaat hij daarop sabbelen. Dit zijn allemaal signalen en dit is een goed moment om de baby in uw armen te nemen en aan de borst te leggen.

Biological Nurturing ofwel instinctief voeden

Vanuit biologisch standpunt gezien hebben zowel moeders als baby's een aangeboren vermogen tot borstvoeding. Bij Biological Nurturing maak je gebruik van dit natuurlijke vermogen. Biological Nurturing is zo eenvoudig en makkelijk toe te passen: moeder leunt ontspannen achterover in een hoek van 45º (nooit helemaal plat op de rug). De baby ligt op zijn buik over de buik van zijn moeder. Het lichaam van de moeder ondersteunt de hele voorzijde van de baby en moeder zorgt voor steun onder de voetjes, beiden zijn ontspannen waarbij aangeboren (voedings-)reflexen gestimuleerd worden en de baby meestal in staat is om zichzelf goed aan te leggen. De houding van de moeder maakt dat ze zelf ontspant, wat voeden prettiger en beter laat verlopen. Verdere instructie over voedingshoudingen is hierbij niet nodig omdat er een manier van voeden ontstaat die moeder en kind van nature zelf kiezen.

Je kunt zien dat je baby gaat kruipen of stappen richting de tepel, het hoofdje heen en weer en op en neer beweegt, in het begin pakt de baby dan vaak de tepel met het handje en zuigt daarop dit is ter oriëntatie. Even later hapt de baby zelf aan. Hoe vaker de baby zichzelf aanlegt, hoe makkelijker het wordt. In deze positie helpt de zwaartekracht om goed aangesloten te liggen en heeft de moeder de handen meer vrij om te doen wat goed voelt.

Het aanleggen voor borstvoeding

  • Als u ontspannen bent, gaat het voeden beter. Kies daarom een houding die prettig aanvoelt, ga lekker zitten of liggen.
  • Kies een ruimte waar u zich prettig voelt.
  • Breng uw borst niet naar uw baby, maar haal uw baby naar u toe. Zijn achterhoofd en rug liggen in één lijn. Zorg ervoor dat uw baby met zijn buik tegen u aan ligt.
  • Breng zijn neusje ter hoogte van de tepel. Streel de tepel tegen de bovenlip. Op deze manier wordt de zoekreflex bij uw baby opgewekt en kan hij zijn mond openen.
  • De baby moet een grote hap nemen waarbij de gehele tepel en zo veel mogelijk borstweefsel in zijn mond komt. Breng de baby vanuit schouderbladen/onderrug eventueel iets dichter naar u toe als de mond goed is geopend.
  • Zijn tong moet onder de tepel zitten.
  • De lippen zijn naar buiten gekruld.
  • De kin ligt vlak tegen de borst aan.
  • Bij een goede positie van de tong en lippen wordt een vacuüm gemaakt.
  • Baby’s neus kan de borst raken zonder dat dit problemen geeft. Mocht uw baby te veel met het neusje in de borst gedrukt liggen dan kunt u deze wat naar u toe brengen vanuit de schouderbladen of de onderkant van de rug waardoor het neusje meer vrij komt.
  • Als uw baby ritmisch zuigt en slikt, ligt hij goed aangelegd. Hij neemt na wat snelle, korte zuigbewegingen flinke teugen met af en toe een pauze.
  • Als uw baby op de tepel sabbelt of het aanhappen pijnlijk is, dan heeft hij de borst niet goed in zijn mond. Leg hem dan opnieuw aan. Verbreek zo nodig het vacuüm, door met een vinger, bijvoorbeeld de pink de mondhoek van uw baby iets op te lichten.
  • De eerste dagen kan het zuigen wat gevoelig zijn, maar het mag niet pijnlijk blijven.
  • Laat uw baby de eerste borst leegdrinken, voordat u de tweede borst geeft.
  • Uit twee borsten drinken stimuleert de melkproductie.
  • Begin iedere voeding met de andere borst dan de borst waarmee u de vorige voeding begonnen bent.
  • Hoe lang een voeding duurt, is afhankelijk van de toeschietreflex en de eetlust van uw baby.

Voedingshoudingen

Het is vooral belangrijk dat u een houding zoekt die voor u prettig is. Kies zo nu en dan ook eens een andere houding; daardoor worden er steeds andere melkkanaaltjes gestimuleerd en leeg gedronken.

Liggend voeden
U en uw baby liggen allebei goed op de zij, moeder met de schouder onder het kussen , eventueel met een kussen in de rug. De tepel ter hoogte van het neusje of de bovenlip van uw baby en de mond van uw baby liggen op dezelfde hoogte en de mond er net onder. Het is belangrijk dat uw baby zijn hoofd niet hoeft te draaien om bij de tepel te komen. Let er daarom op dat uw baby zijn oor, schouder en heup op één lijn zijn.

Zittende houding/Madonna houding
Zorg dat uzelf goed rechtop zit, de buik van uw baby tegen uw eigen buik. U kunt als u de baby heeft aangelegd uw arm ondersteunen door een kussen daar aan te schuiven waar steun nodig is. Ook hier zit de tepel ter hoogte van het neusje of de bovenlip van uw baby en de mond eronder. Let erop dat uw baby zijn oor, schouder en heup op één lijn zijn.