Oh nee, IE...

We zien dat je Internet Explorer gebruikt, een oude en onveilige browser. Daardoor kunnen we je niet de mooie website voorschotelen die we zouden willen.

Je bent van harte welkom in elke andere browser zoals bijvoorbeeld Chrome, Firefox of Microsoft Edge. Wij wachten hier wel, tot zo!

Welkom bij Amphia
Patiënteninformatie

Zoeken

Uw bezoek aan Amphia en COVID-19. Lees hier meer over de aangepaste zorg en maatregelen.
Provocatietest koemelkeiwit dubbelblind
Aanmaakdatum: | Geüpdatet op

Provocatietest koemelkeiwit dubbelblind

Dubbelblinde provocatietest koemelkeiwit

Inleiding
U leest deze folder omdat uw kind misschien een koemelkeiwitallergie heeft. Binnenkort vindt een test plaats om vast te stellen of het inderdaad een allergie is. U leest hier wat een allergie is én wat de test inhoudt.

Wat is een koemelkeiwitallergie?
Een koemelkeiwitallergie is een abnormale reactie van het afweersysteem. Daarbij maakt het lichaam antistoffen aan tegen bepaalde eiwitten die in de koemelk zitten. Deze reactie komt vooral voor bij zuigelingen.

Verschijnselen van een koemelkeiwitallergie
Kinderen kunnen op heel veel verschillende manieren op koemelk reageren. Bijvoorbeeld met:

  • huidverschijnselen: rode vlekjes, galbulten;
  • verschijnselen van de luchtwegen: bijvoorbeeld niezen of piepen bij de ademhaling, of een plotseling optredende loopneus; verschijnselen van de maag en darmen: braken, darmkrampen, diarree;
  • algemene verschijnselen: bijvoorbeeld dikke ogen, hevig huilen; een anafylaxie. Dat is een heftige reactie van het hele lichaam waarbij het kind vaak eerst rood en daarna bleek wordt. Bovendien voelt het klam en zweterig aan. Vaak zijn er ook benauwdheidsklachten en heeft het kind gezwollen ogen.

Bij veel van deze verschijnselen kun je denken aan een voedselallergie. Maar elk van de verschijnselen kan ook een andere oorzaak hebben. Om een voorbeeld te geven: de meeste kinderen met een loopneus hebben last van een verkoudheid en niet van voedselallergie. En ook niet alle huilende baby’s hebben een voedselallergie. Tenzij het een heftige reactie (anafylaxie) is, dit wijst bij een zuigeling bijna altijd op een voedselallergie.

Allergietest onbetrouwbaar
Vroeger dachten ze vaak dat een voedselallergie kon worden vastgesteld met een allergietest. Bijvoorbeeld via bloedonderzoek, of een huidpriktest. Helaas zijn deze tests onbetrouwbaar voor het vaststellen van voedselallergie. Want wat betekent een resultaat bij een bepaald voedingsmiddel tijdens de allergietest in het bloed of op de huidpriktest? Dit wijst er alleen op dat het kind IgE-antistoffen in zijn bloed heeft (in medische termen: het toont een sensibilisatie aan).

De meeste kinderen met een sensibilisatie voor een bepaald voedingsmiddel krijgen helemaal geen klachten als ze het voedingsmiddel eten of drinken. Deze kinderen met sensibilisatie maar zonder klachten noemen we tolerant. Van alle kinderen tussen de zes en twaalf maanden oud met een positieve bloedtest op koemelk, is slechts dertig tot vijftig procent ook echt allergisch; de rest is tolerant.

Aantonen is belangrijk
Bij verdenking op een allergie krijgt een kind vaak een dieet zónder het verdachte voedingsmiddel (een eliminatie-dieet). Maar als er niet echt sprake is van een allergie, dan krijgt het kind bepaalde noodzakelijke voedingsmiddelen misschien niet binnen. Dit kan dan weer de ontwikkeling van latere allergische klachten uitlokken. Daarom is aantonen van de allergie zo belangrijk.

Eliminatie-provocatieproef
Er is maar één manier om uit te zoeken of uw kind allergisch reageert op koemelkeiwit. Dat is kijken wat er gebeurt als uw kind een voedingsmiddel gebruikt dat koemelk bevat. Dit gebeurt door middel van een vergelijkende uitlokkingstest (eliminatie-provocatietest). Een kind met een allergie voor koemelkeiwit zal zijn/haar allergie ‘laten zien’ als hij/zij het betreffende voedingsmiddel binnen krijgt.

Aantonen koemelkeiwitallergie
De dubbelblinde placebo gecontroleerde voedselprovocatie (DBPGVP) is de meest betrouwbare manier om een voedselallergie aan te tonen of uit te sluiten. Bij een DBPGVP krijgt uw kind twee keer – met ongeveer een tussenpose van 10-14 dagen een testvoeding te drinken. De basis van de testvoeding is de huidige voeding van uw kind, waarbij aan één voeding koemelkeiwit toegevoegd is. Beide voedingen zien er hetzelfde uit en ze ruiken en smaken hetzelfde. Uw kind krijgt de voeding in opklimmende hoeveelheden.

Eerste testdag
Uw kind krijgt tijdens de testdag een hoeveelheid voeding aangeboden. Het is de bedoeling dat uw kind genoeg trek heeft om dit op te drinken. Daarom is het advies: Komt u om 8.00 uur dan mag uw kind eventueel op de dag van de provocatie 's ochtends voor 7:00 uur een hele voeding krijgen.

Het kind krijgt de testvoeding in zeven opklimmende hoeveelheden. Tussen de eerste 4 stappen zit ongeveer twintig minuten, daarna 30 minuten. Na de test blijft u nog 2 uur ter observatie van uw kind. Ook al heeft uw kind klachten op de eerste testdag, er wordt altijd een tweede testdag gedaan, omdat het soms ook toeval kan zijn dat uw kind klachten heeft. Ook is het van belang dat (als uw kind klachten heeft op een van de testdagen) uw kind reproduceerbare klachten vertoont. Dat wil zeggen: als uw kind bijvoorbeeld voorheen klachten had van krampen, huilen en overstrekken, dan dient hij/zij diezelfde klachten weer te laten zien op de testdag met de daadwerkelijke voeding waaraan koemelkeiwit is toegevoegd.

Tweede testdag
Ongeveer 10-14 dagen later vindt de tweede testdag plaats. Dan herhaalt zich dezelfde procedure als op de eerste testdag. Tijdens en na het drinken noteert de verpleegkundige nauwkeurig welke eventuele verschijnselen uw kind vertoont. Vooraf weet de verpleegkundige niet welke testvoeding koemelkeiwit bevat.
Bij de testvoedingen zit een verzegelde envelop. Een week na de laatste testdag opent de verpleegkundige de enveloppe.

Meenemen
Trek uw kind op de testdagen gemakkelijk zittende kleding aan. Neem bij kleine kinderen een omslagdoek mee. Verder dient u de fles of beker van uw kind mee te nemen. Het is niet nodig om eigen voeding voor uw kind mee te nemen. Neem wel iets te eten voor u zelf mee, gezien de lange tijd van de test. U mag echter niet op de kamer eten.

Het is niet mogelijk om broertjes/zusjes bij de test aanwezig te laten zijn, in verband met de beperkte ruimte op de kamer.

Heeft u vragen?
Stuur een e-mail naar: kinderlonggeneeskunde@amphia.nl. Wilt u daar uw telefoonnummer bij vermelden, zodat we u kunnen bellen?

Op de testdagen dient u zich te melden op de polikliniek Kindergeneeskunde van Amphia te Breda. Hier haalt iemand u op om naar de kinderafdeling te gaan.

Meer lezen over kindergeneeskunde bij Amphia?

Ga naar afdeling Kindergeneeskunde